Drie dagen later
Wekker. 7.10 uur. Woensdag.
En dan voel ik, helaas,
tóch nog restjes spierpijn.
Van zondag. Puinduinrun.
En slaat de twijfel toe.
Twijfel die steeds vaker knaagt.
Gevoel waar ik me steeds vaker
overheen moet zetten.
Drempels die steeds vaker hoger lijken.
Gaat het vandaag lukken?
Werkt mijn lijf mee?
Kan mijn hoofd mee?
Merci antihormoontherapie.
Twijfel. Drempels.
En ik heb het mezelf vanmorgen
nog wel zo makkelijk gemaakt!
Alles ligt al klaar. Weet ik.
Tight, dubbel shirt, Flipbelt
voor mobiel, sleutel, portemonnee.
Niettemin. Drempel. Twijfel.
Wel schaatsen? Of toch niet?
Want schaatsen is lastiger
dan een stukkie rennen.
Meer coördinatie.
’t Is me ook minder vertrouwd.
Lukt schaatsen met stramme poten?
Schaatsen is ook omslachtiger.
Zes kilometer fietsen.
Dan prutsen in een koude ijshal.
Tas, schoenen, beschermers,
schaatsen, veters, mutsje, helm.
Handschoenen op tijd weer aan hebben.
Ritme, stabiliteit, vastheid vinden.
Twijfel. Drempels.
Super-eega F. helpt,
haalt de scherpste kant eraf.
“Je hoeft niet heel hard te schaatsen
of veel rondjes”.
Zelf haal ik wat druk van de ketel:
“Fiets erheen en besluit eventueel
voor de kassa alsnog ‘Ik ga terug’,
dan heb je toch een eind gefietst”.
En dan kleed ik me aan,
ga ik op weg en valt het mee;
niet eens wind tegen.
Eigenlijk totaal geen wind.
En beland ik bij de kassa
en vergeet ik nog te denken
aan eventueel teruggaan.
Al gauw sta ik
– na het gepruts –
met niet-eens-zo-koude
handen noch voeten
op het ijs.
En draai rustig rondjes.
Rondjes, rondjes, rondjes.
Rustig rondjes, rondjes, rondjes.
Drie kwartier lang.
Kwartiertje Zamboni + koffie.
Want het besluit is allang genomen:
na de dweil doe ik nog een half uurtje.
Dat red ik makkelijk.
Opnieuw twijfel: nog effe door?
Effe maar niet.
Eraf. Schaatsen uit, zooi in tas,
schoenen aan, mutsje op.
Kalm terug naar huis.
Ook nu geen tegenwind,
eigenlijk geen wind.
Het zingt in mijn hoofd:
“Toch maar mooi gedaan”.
1 reactie
👍!