Hoe werkt DNA-onderzoek?

Wat zijn DNA, genen en afwijkingen?

Opslaan

Wat is DNA?

Het menselijk lichaam bestaat uit 3 miljard cellen. In de kern van elke cel zit het DNA.

Onder de microscoop ziet het DNA eruit als lange strengen. Het DNA bestaat uit een hele lange code. De code is de volgorde van de informatie op het DNA. Iedereen heeft een eigen unieke DNA-code.

Wat zijn chromosomen?

Het DNA zit opgeborgen in pakketjes: de chromosomen. In elke cel van het lichaam zitten 46 chromosomen. De helft van de chromosomen komt van de vader, de andere helft van de moeder.

Wat zijn genen?

Op de DNA-streng zitten verschillende stukjes informatie. Zo’n stukje informatie heet een gen. Op de 46 chromosomen samen zitten ongeveer 20.000 genen.

De meeste genen zijn twee keer aanwezig. Eén exemplaar komt van de moeder en de ander van de vader.

Elk gen heeft een eigen DNA-code. Deze code bevat informatie over een bepaalde eigenschap of functie.

Sommige genen bepalen de eigenschappen van een persoon. Bijvoorbeeld welke bloedgroep of welke kleur ogen iemand heeft. Andere genen laten bepaalde taken in de cel uitvoeren. Ze geven signalen wanneer een cel moet delen of juist moet stoppen met delen.

Cellen, chromosomen en genen

Afwijkingen in het DNA

In het DNA kunnen afwijkingen ontstaan. Zo’n afwijking heet een mutatie. Een mutatie betekent dat de code van het DNA is veranderd.

Als de mutatie in een gen zit, kan het de functie van het gen doen veranderen. Het gen kan meer of minder gaan doen, anders gaan functioneren of zelfs helemaal niet meer werken.

Door een aantal mutaties in een cel kunnen de eigenschappen van die cel veranderen. De cel kan ongecontroleerd gaan delen, waardoor er kanker kan ontstaan.

Mutaties en kanker

Bij kanker ontstaan de meeste mutaties ‘spontaan’. Bijvoorbeeld door een fout in de celdeling. Of door invloeden van buitenaf, zoals sigarettenrook of Uv-straling.

De mutatie zit alleen in de cel waarin deze is ontstaan. En in de dochtercellen van deze cel, die zich tot een tumor kunnen ontwikkelen. De DNA-afwijking zit dan alleen in de cellen van de tumor.

Een andere naam hiervoor is somatische mutatie. De mutatie komt niet terecht in de eicellen of zaadcellen en wordt niet doorgegeven van ouder op kind.

Doorgeven van afwijkingen in het DNA

Een afwijking kan soms wel worden doorgegeven van ouder op kind. Het gaat dan om een erfelijke variant. Door een erfelijke variant kan er sprake zijn van een erfelijke aanleg voor kanker.

De ouder heeft de variant in alle lichaamscellen. Via de eicellen of zaadcellen geeft de ouder de variant door aan het kind. Het kind heeft de variant ook in alle lichaamscellen.

Over deze pagina

De informatie in de bibliotheek is getoetst door medisch specialisten en andere deskundigen.

Laatste update: juli 2019

Dit artikel is geschreven door kanker.nl.