‘Blijf in gesprek over wat iemand kan en wil’
Ewald Lausberg (46) is werkgever bij Excap en bestuurslid van Maggie's Centers Nederland. Ook is hij ex-kankerpatiënt.

Wat is volgens jou de beste aanpak als een werknemer de diagnose kanker krijgt?
“Ik ben werkgever, maar ik weet ook hoe het is om zelf de diagnose kanker te krijgen. Tegen mijn compagnons zei ik: ‘Doe wat nodig is en neem de beslissingen waarvan jullie denken dat ze goed zijn’. Doordat ik zelf aan de andere kant heb gestaan, weet ik hoe belangrijk het is om verbonden te blijven met je werk. Werkgevers adviseren hun medewerkers soms te snel om zich ziek te melden. Ze houden vaak afstand om iemand niet te storen of te belasten. Dat is volgens mij niet de beste aanpak. Houd alle opties vanaf het begin open en blijf in gesprek over wat iemand kan en wil. Als een medewerker graag wil blijven werken, maak dat dan mogelijk. Probeer flexibel te zijn. Zo blijft iemand in een ritme. Als je lang weg bent van je werk, dan is de stap straks veel groter om weer te beginnen. Je hebt er dus als bedrijf óók voordeel van.”
Waar draait het volgens jou vooral om?
“Het blijft een dubbel gevoel als werkgever. Je wil dat iemand doet wat nodig is voor zijn gezondheid, maar je runt ook een bedrijf. Praat er open over: wat de mogelijkheden zijn, maar ook de onmogelijkheden. Durf je als werkgever kwetsbaar op stellen. Zeg bijvoorbeeld dat je de wens hebt om iemand goed te ondersteunen, maar niet zo goed weet hoe. Soms besluiten mensen om thuis te blijven omdat ze bang zijn dat ze niet kunnen doen wat nodig is of omdat ze denken dat ze collega’s in de weg zitten.
Het ligt niet voor de hand dat een werknemer niks wil doen. Ik merk dat veel mensen het prettig vinden om een bijdrage te blijven leveren. Hoe klein ook. Maar dit geldt niet voor iedereen. En niet iedere baan leent zich even goed voor flexibele werkzaamheden. Probeer dan op een andere manier iemand erbij te houden.”
Je zegt: je hoeft niet altijd te vragen hoe het gaat. Wat bedoel je hiermee?
“Soms heb je als werknemer geen zin om wéér te vertellen waar je zit in je behandeltraject. Vraag als werkgever of collega: zal ik je even bijpraten over hoe het hier gaat? Het is ook goed om te vragen wat iemand prettig vindt. In het eerste gesprek vraag ik: wil je het zelf aan je collega’s vertellen of wil je dat ik dat voor je doe? En vind je het fijn als mensen contact met je opnemen of wil je juist liever even met rust gelaten worden? Peil regelmatig even waar behoefte aan is. Want dat wisselt. Je hebt als werkgever de neiging om iets voor iemand in te vullen, zo van: daar zit hij of zij nu echt niet op te wachten. Maar het kan juist zó fijn zijn om te merken er nog aan je gedacht wordt. En dat je nog van nut kunt zijn.”
Wat leerde je van je eigen ervaringen?
“Ik vond het erg dat mensen hun eigen ellende niet meer met mij deelden. Ze denken: jouw ellende is veel groter. Als je nooit meer hoort waar anderen mee tobben, blijft alleen je eigen getob over. Je zou haast gaan denken dat iedereen behalve jij een probleemloos leven leidt. Het is fijn om te horen dat een ander ook dingen heeft. Dat vond ik ook prettig aan af en toe kunnen werken, even niet mijn eigen gedoe. Even net als vóór mijn ziekte. Als je niet meer kan of mag werken dan weet je opeens hoe betekenisvol werken kan zijn. Je kunt er veel in kwijt. Niet dat het per se vanzelf gaat, ik heb veel tijd nodig gehad om weer volledig te kunnen werken. Het ging op en neer, zowel fysiek als emotioneel. Er waren dagen dat na anderhalf uur het licht uit ging en dagen dat ik het gewoon volhield. Zorg er als werkgever voor dat mensen zich gesteund voelen. Het ligt niet aan de inzet dat het bij iedereen anders uitpakt. Los van het fysieke maak je ook iets ingrijpends mee. Het duurt een tijd voor het vertrouwen terug is. Ik kreeg hulp van een arbeidsdeskundige. Die leerde mij: kies wat wel en wat niet kan, wil niet meteen álles.”

