Chemobrein

“O, dat was ik vergeten. Chemo hè.” De hele tafel grinnikt wat. We zitten in het Toon Hermans Huis een kom soep te eten voor één euro. A. zegt dat ze voor mij een euro zal doneren omdat ik dat een paar weken geleden voor haar had gedaan. Dat wist ik niet meer. Sinds ik chemo heb gehad, weet ik vrij veel niet meer.

Dat chemo nogal verwoestend in het lichaam te keer gaat was bekend, maar het effect op de hersenen komt voor mij onverwacht. Bij elke kuur lijkt mijn brein wel geparkeerd. Ik kan niet meer nadenken, niks onthouden, naar het radionieuws luisteren hou ik precies zes seconden vol.

Een boek lezen? Dat kan ik vergeten, ik kan mijn ogen niet focussen, mijn aandacht niet bij de tekst houden, en de inhoud is al weer vergeten nog voor ik de zin af heb. Tv-kijken? Idem dito. Ik hoor de woorden, maar kan er geen verhaal van maken. “Ik kom even kijken hoe het is.” Vriendin staat al in de kamer. Ik probeer normaal te converseren met haar, maar het lukt me nauwelijks om haar aan te kijken. Ik weet ook niet wat ik zou kunnen vertellen en heb geen geduld voor haar verhalen.

Niet alleen aandacht, concentratie en geheugen werken niet meer, ook mijn zintuigen doen vreemd. Mijn ogen en mijn oren kan ik niet meer scherpstellen, het eten heeft weinig of een rare smaak, van geuren word ik weeïg en mijn vingers en voeten hebben weinig gevoel. Ik heb duidelijk last van een ‘chemobrein’.

Wetenschappelijk gezien blijkt het nog geen uitgemaakte zaak te zijn of er zoiets als een ‘chemobrein’ bestaat. “Er is een grote discrepantie tussen de dramatische subjectieve verhalen van patiënten en de objectieve metingen van cognitieve functies”, lees ik in een overzichtsartikel. Aanvankelijk toonden onderzoeken een verminderd cognitief functioneren aan, maar de laatste jaren komt dit effect niet meer zo duidelijk uit de tests. Althans niet als rechtstreeks chemo-effect, mogelijk spelen andere factoren een rol, zoals stress, narcose en somberheid. Het kan ook aan de testmethodes liggen die misschien niet geschikt zijn voor dit soort problemen. Hersenscans daarentegen geven extra informatie: er is verminderde lokale activiteit maar verhoogde algemene activiteit. Dit kan betekenen dat patiënten de lacunes compenseren met een bredere herseninspanning. Er valt duidelijk nog veel te onderzoeken.

“Wat doe je precies aan je geheugenprobleem?” vraagt de oncoloog. Het is een half jaar na de chemo. Hij is bezig met een onderzoek naar het effect van chemo op de hersenen en denkt dat specifieke computerspelletjes kunnen helpen. “Fysieke inspanning”, zeg ik, “dat werkt het beste op je geheugen, en iets nieuws leren”. Ik voeg er nog aan toe dat mediteren goed is voor aandacht en concentratie.

’s Avonds gaat de telefoon. “We hebben elkaar vorige week gesproken op de Puurmarkt en ik zou je terugbellen”. Verbaasd luister ik naar de stem. Ken ik deze man? Hebben we het echt gehad over zwarte Kampotpeper die hij rechtstreeks uit Cambodja importeert? Heel langzaam en van heel ver komt er een flardje herinnering naar boven. Het heftige acute chemo-effect is allang weg, wat blijft is een raar gat in mijn geheugen. Gaten eigenlijk. Ik weet soms niet dat ik iets weet.