Beenmergonderzoek

Deze informatie is gecontroleerd door deskundigen.

Naar colofon

Opslaan

Beenmergonderzoek is nodig om te bepalen hoe groot de woekering in het beenmerg is. En of er ook fibrose is ontstaan. Fibrose is een woekering van bindweefsel in het beenmerg.

Bij beenmergonderzoek neemt de arts door middel van een punctie wat beenmerg weg uit de achterkant van het bekken. De arts verdooft hiervoor je huid en het botvlies. Daarna prikt hij met een speciale holle naald door het bot tot in het beenmerg. Vervolgens zuigt hij een kleine hoeveelheid merg op. Hierdoor voel je (kort) een venijnige pijn. En meestal een eigenaardig, trekkerig gevoel.

Het beenmerg ziet eruit als bloed. 

Met dezelfde naald verwijdert de arts ook een stukje bot. Dit heet een biopsie. Zo is de kans groter dat hij afwijkende cellen vindt.

De patholoog beoordeelt de cellen en het botbiopt onder de microscoop. Hij stelt onder andere vast hoeveel cellen er van elk celtype aanwezig zijn in het beenmerg. Aan de hand van het stukje beenmerg (beenmergbiopt) bekijkt hij de structuur en organisatie van het beenmerg. Die is bij myeloproliferatieve aandoeningen kenmerkend veranderd.

Ook wordt gekeken naar genetische afwijkingen van de cellen, zogenaamd cytogenetisch en moleculair biologisch onderzoek.

Colofon

Met medewerking van:

Dr. Asiong Jie

Internist-hematoloog, Zuyderland Medisch Centrum

Dr. Reinier Raymakers

Hematoloog, UMC Utrecht

Gemaakt door de redactie van kanker.nl

Laatste update: september 2015