ABC-studie (Borstkanker)

  • Borstkanker
  • Open sinds 01-05-2018

Onderzoek naar een nieuwe behandeling (niraparib) voor patiënten met een bepaald type uitgezaaide borstkanker (BRCA1-like). Dit type borstkanker komt met name voor in triple negatieve borstkankers (ongeveer 50 van de 100). Deelname is mogelijk indien dit type borstkanker wordt aangetoond of indien er erfelijke aanleg voor borstkanker is gerelateerd aan het BRCA1 of BRCA2 gen. Daarnaast zijn er voorwaarden aan het type en de hoeveelheid chemotherapie waarmee tot borstkanker tot aan dit onderzoek mee is behandeld. Doel is om te onderzoeken of deze nieuwe behandeling (niraparib) werkzaam is tegen dit type borstkanker.

Doel onderzoek

Deze studie onderzoekt of behandeling met het medicijn niraparib (een PARP-remmer) werkzaam is in het onder controle houden van BRCA1-like uitgezaaide borstkanker. Daarnaast wordt onderzocht of:

  • Een bepaalde test (RECAP-test) kan voorspellen of de borstkanker (nog) gevoelig is voor behandeling met PARP-remmers.
  • Er andere biologische kenmerken (biomarkers) zijn die kunnen voorspellen of de borstkanker gevoelig is voor behandeling met PARP-remmers en wat de oorzaak is dat die gevoeligheid gedurende de behandeling kan veranderen.
  • Of PARP remmers veranderingen aanbrengen in de wisselwerking tussen de tumor en het immuunsysteem

Toelichting:
PARP-remmers blokkeren een eiwit dat kankercellen gebruiken om DNA schade te repareren. PARP-remmers zijn veelbelovende geneesmiddelen voor de behandeling van kanker bij BRCA genmutatiedragers. Ook zijn deze middelen mogelijk belangrijk voor de groep patiënten die geen BRCA genmutatiedrager is, maar die tumoren hebben die bepaalde overeenkomsten vertonen met tumoren bij BRCA genmutatiedragers. Dit wordt ook wel BRCAness of BRCAlike genoemd

Wordt er geloot?

Nee. Bij dit onderzoek speelt loting geen rol.

Voorwaarden

De voorwaarden voor deelname aan dit onderzoek zijn onder andere:

  • Patiënten met een bepaald type uitgezaaide borstkanker (BRCA1-like). Dit wordt onderzocht door middel van weefselonderzoek.
  • Patiënten met erfelijke aanleg voor borstkanker die drager zijn van een afwijking in het BRCA1 of BRCA2 gen mogen deelnemen zonder dat dit kenmerk (BRCA1-like) vooraf wordt bepaald op tumorweefsel.
  • Patiënten zijn ouder dan 18 jaar.
  • Patiënten hebben maximaal 1 soort chemotherapie behandeling gehad voor uitgezaaide borstkanker en de ziekte mag niet verergerd zijn onder behandeling met platinum bevattende chemotherapie (bijvoorbeeld carboplatine)
  • Als patiënten chemotherapie hebben gehad voor borstkanker die nog niet was uitgezaaid (uitzaaiing in de okselklieren mag wel) dan is de laatste chemotherapie minimaal 1 jaar terug gegeven.
  • Patiënten hebben voldoende algemene lichamelijke conditie.
  • Patiënten zijn of worden tijdens het onderzoek niet zwanger.
  • Patiënten die een jaar terug nog chemotherapie behandeling kregen voor niet uitgezaaide borstkanker kunnen niet deelnemen

Toelichting BRCA-1 like:
Recent is ontdekt dat sommige borstkankers een niet goed werkend DNA-reparatiemechanisme hebben. Deze kankercellen hebben een te kort aan ‘homoloog recombinatie’, dat wordt dan ‘homoloog recombinatie deficiëntie’ (HRD) genoemd. Dit is het eerst vastgesteld bij borsttumoren die erfelijke aanleg voor borst-en eierstokkanker hebben. Het betreft dragers van een afwijking in het DNA, namelijk in één van de borstkankererfelijkheidsgenen, BRCA1 of BRCA2. HRD in borstkankercellen kan nu echter ook worden aangetoond bij patiënten die géén drager vaneen afwijking in een van deze borstkankergenen zijn. Deze afwijking bevindt zich dan, anders dan bij een erfelijke aanleg voor borstkanker, alleen in de borstkankercellen en niet in de gezonde cellen. De arts beoordeelt aan de hand van de medische gegevens of patiënten daadwerkelijk voor dit onderzoek in aanmerking komen.

Behandeling

Alle patiënten die deelnemen aan de studie zullen worden behandeld met niraparib. Dit zijn tabletten die patiënten 1x per dag moet innemen.

De behandeling wordt gestopt als

  • De behandelend arts vindt dat de nadelige gevolgen van bijwerkingen voor de patiënt groter zijn dan de mogelijke voordelen.
  • De patiënt zelf besluit te stoppen.
  • De ziekte ondanks het gebruik van niraparip verergert.
  • De patiënt zwanger wordt.

Bijwerkingen

Iedere behandeling kan bijwerkingen hebben. Mogelijke (veelal tijdelijke) bijwerkingen van het onderzoek naar deze nieuwe behandeling zijn:

Niraparib

  • Misselijkheid en overgeven
  • Diarree
  • Zich moe of zwak voelen
  • Smaakverandering of verlies van eetlust
  • Brandend maagzuur
  • Duizeligheid
  • Hoofdpijn
  • Hoesten
  • Remming van beenmerg. Hierdoor kan het aantal witte bloedcellen tijdelijk dalen, waardoor de kans op infecties groter wordt. Ook kan bloedarmoede ontstaan wat de patiënt zou kunnen merken aan vermoeidheid, duizeligheid, afname van conditie en hartkloppingen. Het aantal bloedplaatjes kan afnemen. Dit zou de patiënt kunnen merken aan blauwe plekken of bloedingen die langer duren dan normaal.
  • Hoge bloeddruk
  • Huiduitslag
  • Zere mond
  • Toename van creatininespiegels in het bloed. Deze test wordt gebruikt om te controleren hoe de nieren werken.

Extra belasting voor patiënt

  • Bij deelnemende patiënten vinden voorafgaand aan en tijdens de studie diverse onderzoeken plaats. Deze onderzoeken (als bijvoorbeeld een ECG en CT-scan) kunnen ook plaatsvinden als patiënten niet aan de studie zouden deelnemen, maar wel behandeling bijvoorbeeld chemotherapie gaan krijgen. Verder vinden er voor de veiligheid extra bloedonderzoeken plaats voorafgaande en tijdens het onderzoek. In de 1e maand na start van niraparib is het nodig om iedere week de bloedwaarden te controleren. In de eerste maanden komen patiënten maandelijks op controle, reageren patiënten goed op de medicatie dat kan de arts besluiten in plaats van 1 controle per maand, 2 keer per maand te controleren. Een CT-scan zal iedere 2 maanden worden gemaakt.
  • Er moet weefselonderzoek worden verricht om het type borstkanker (BRCA1-like) te kunnen bepalen, tenzij deze bepaling al ooit eerder bij de patiënt is gedaan. Daarnaast moet de patiënt toestemming geven voor weefselonderzoek voor wetenschappelijk onderzoek. Hiervoor is het nodig om een biopsie van het tumorweefsel af te nemen voor start van de behandeling en als de behandeling stopt.

Deelnemende ziekenhuizen

Onderstaande ziekenhuizen nemen deel aan het onderzoek. Het kan zijn dat uw ziekenhuis niet genoemd wordt, maar wel aan het onderzoek deelneemt. Informeer hiernaar bij uw arts.

  • Antoni van Leeuwenhoek (AVL) / NKI
  • Deventer Ziekenhuis

Onderzoeksgegevens

Wetenschappelijke titel

A feasibility study of niraparib for advanced, BRCA1-like, HER2-negative breast cancer patients: the ABC study

Kankersoort

  • borstkanker

Fase trial

II

Maximaal aantal patiënten

deel1: 28

Initiatiefnemers

AVL-NKI

Coördinatoren

Drs. V. de Jong (AVL-NKI)
Dr. S. Linn (AVL-NKI)
Drs. I. Mandjes (AVL-NKI)

Goedkeuring

Het onderzoek naar deze nieuwe behandeling is getoetst door een erkende medisch-ethische toetsingscommissie. Deze heeft geoordeeld dat het verantwoord is om de medewerking van patiënten te vragen. Voor meer informatie zie CCMO

Vermelding in trialregister:

Meer informatie

Nederlandse titel
Onderzoek naar de waarde van behandeling met niraparib in uitgezaaide borstkanker met het kenmerk HRD.

Datum laatste controle

30-09-2020