Onderzoek

“Ik was in verwachting van ons eerste kindje. Op de 10-weken echo leek alles in orde. We kregen ook een NIPT, die was toen net nieuw. Tijdens een heerlijk onbezorgde vakantie in Zuid-Afrika werd ik plotseling gebeld. De NIPT was op wel 8 punten afwijkend. Ik was toen 13 weken zwanger.

Omdat ons kindje op de echo gezond leek, vermoedden de artsen dat er iets met mij was. Na vele onderzoeken, kreeg ik een CT-scan. Van de borst tot het middenrif, want de straling kon schadelijk zijn voor de baby. Tussen mijn longen zagen ze iets. Het bleek non-hodgkin lymfoom in een vroeg stadium, kanker dus. Ik had verder helemaal geen klachten. Zonder mijn zwangerschap was ik er waarschijnlijk nooit zo vroeg bij geweest. Een bizar geluk bij een ongeluk.

Vergif

Deze kankervorm is agressief, dus de behandeling kon niet wachten tot na de bevalling. Normaal zou ik chemo en bestraling hebben gekregen, maar bestraling kon bij mij niet vanwege de zwangerschap. Het werd een combinatie van chemotherapie en immunotherapie.

Ze vertelden me dat er maar heel weinig van de chemo bij de baby terecht zou komen. Daar was onderzoek naar gedaan en ik had een ervaren team van artsen. Maar toch was het super eng. Ik heb echt gehuild toen het eerste infuus werd aangelegd. Je laat jezelf ‘vergiftigen’ met chemotherapie terwijl er een baby in je groeit. De dag erna had ik er spierpijn van, zo erg had ik me schrap gezet.

Omgaan met angst

Voordat je kind geboren is, moet je al nadenken over de mogelijkheid dat je hem niet ziet opgroeien. Dat vond ik echt het moeilijkste. Ik was ontzettend bang, maar je moet wel doorgaan. Niet alleen voor jezelf maar juist ook voor het kindje. Ik heb veel extra echo’s gehad en die waren goed. Die extra zekerheid hielp. Na elke behandeling lag ik op bed te wachten tot ik het kindje weer voelde bewegen. Hij doet het nog! En gek genoeg hielp mijn zwangerschap me ook door de ziekte heen. Ik wilde zo gezond mogelijk leven voor het kindje. Het gaf me een enorme drive. En je pakt daarmee toch ook iets van controle terug over je lijf.

Gekleurde herinneringen

Als ik aan mijn zwangerschap terugdenk, herinner ik me toch vooral het ziekenhuis. De kanker pakt in die zin wel iets van je af. Maar ik wilde ook heel graag de mooie dingen uit de kraamperiode blijven onthouden. Ik dacht steeds: ik ben maar 1 keer zwanger van dit kind. Ik vind het achteraf jammer dat ik niet meer foto’s van mezelf heb gemaakt. Dat heb ik toch een beetje vermeden.

Psycholoog

De ergste angst kwam eigenlijk pas later. Tijdens de behandeling zit je in een soort overlevingsstand. Pas na de geboorte besefte ik wat er allemaal was gebeurd. Het is heel zwaar. Een baby vergt dat je alles opzij zet voor je kindje, kanker vergt dat je alles opzij zet voor jezelf. Dat lukt niet. Ik heb toen hulp gezocht bij een psycholoog om het te verwerken. Erover praten heeft me echt geholpen. De angst verdwijnt dan langzaam naar de achtergrond. Mijn zoontje ontwikkelt zich gelukkig supergoed! Dat helpt me ook.

De mooie dingen van zwanger zijn kunnen je er echt doorheen slepen

Eenzaam

Als zwangere kankerpatiënt ben je echt een uitzondering. De standaardvragen zijn eigenlijk niet van toepassing. Dan zit je bij de hematoloog met je zwangere buik en die vraagt naar de bekende symptomen: ben je ook afgevallen? Eh nou nee, allesbehalve! Kanker in de zwangerschap is heel eenzaam. Je voelt je nergens thuis. Bij de chemo zie je hele zieke mensen die jou dan met medelijden aankijken. En voor de ervaringen van andere zwangere vrouwen had ik tijdens mijn zwangerschap echt geen ruimte. 

Daarom ben ik Stichting STER(k) gestart. Per jaar krijgen bijna 200 vrouwen tijdens hun zwangerschap te horen dat ze kanker hebben. Ik wil dat zij weten dat ze niet de enigen zijn. Wij zorgen voor up-to-date informatie, belangenbehartiging en lotgenotencontact. Via de gespreksgroep Zwanger en kanker op kanker.nl kunnen mensen ook tips uitwisselen. Ik hoop dat deze vrouwen zich daardoor zoveel mogelijk ‘gewoon’ zwanger kunnen voelen. De mooie dingen van zwanger zijn kunnen je er ook echt doorheen slepen.”