Verschillende vormen

Monoklonale antilichamen bij doelgerichte therapie

Opslaan

Monoklonale antilichamen zijn eiwitten (afweer- of antistoffen) die in het laboratorium worden ontwikkeld. Zij worden zo gemaakt dat ze eiwitreceptoren op de buitenkant van kankercellen kunnen herkennen en eraan binden. Ze zorgen ervoor dat de cel(kern) niet meer het signaal krijgt om te delen of dat celdood van de kankercel wordt gestimuleerd. Dit kan op verschillende manieren. Bijvoorbeeld door een receptor die continu geactiveerd is uit te schakelen. Of door de verbinding tussen de groeifactor en receptor te blokkeren.

Monoklonale antilichamen als angiogeneseremmers

Sommige monoklonale antilichamen kunnen worden ingezet als angiogeneseremmer. Deze remmen de vorming van nieuwe bloedvaten in de buurt van de tumor. Als kankercellen te weinig zuurstof of voedingsstoffen krijgen, gaan ze groeifactoren aanmaken. Groeifactoren zorgen ervoor dat bloedvaten in de buurt van de tumor nieuwe bloedvaten gaan maken in de richting van de tumor. Monoklonale antilichamen vangen de groeifactoren af voordat deze de receptoren van bloedvaten kunnen bereiken en activeren.

Monoklonale antilichamen als immunotherapie

Sommige monoklonale antilichamen kunnen zo worden gemaakt dat ze kankercellen herkenbaar maken voor het afweersysteem. Als dit het doel is, wordt dit ook wel immunotherapie genoemd.

Voorbeelden van monoklonale antilichamen:

  • trastuzumab
  • rituximab
  • ipilimumab


De naam van een monoklonaal antilichaam eindigt altijd op mab. Dit staat voor monoklonal antibody, de Engelse vertaling van monoklonaal antilichaam.

Over deze pagina

De informatie in de bibliotheek is getoetst door medisch specialisten en andere deskundigen.

Laatste update: december 2015

Dit artikel is geschreven door KWF Kankerbestrijding.

Met medewerking van

Drs. Cirkel, G.A. (internist, overige deskundige), Dr. Herpen, M.L. van (medisch oncoloog), Mallo, H. (verpleegkundig specialist)