Bijwerkingen

Bijwerkingen en gevolgen van doelgerichte therapie

Opslaan

Bepaalde doelwitten van doelgerichte therapieën bevinden zich ook op of in gezonde lichaamscellen. Dit is een verklaring voor een deel van de bijwerkingen die doelgerichte therapie kan geven. Gelukkig herstellen de gezonde cellen zich meestal binnen een aantal dagen tot weken na toediening van de medicijnen. Bijwerkingen zullen dan weer verdwijnen.

Verschillen per persoon

Het is niet te voorspellen hoe u op doelgerichte therapie reageert. Sommige mensen hebben veel last van bijwerkingen, anderen merken er minder van.

De ernst van de bijwerkingen zegt meestal niets over het resultaat van de behandeling. Als u veel last heeft van bijwerkingen, mag u daaruit niet bij voorbaat opmaken dat de doelgerichte therapie een goed effect heeft op uw ziekte. Of omgekeerd: merkt u er weinig van, dan wil dat niet zeggen dat de doelgerichte therapie geen invloed heeft op uw ziekte.

Het is belangrijk al uw klachten te bespreken met uw specialist. Hij kan u mogelijk medicijnen voorschrijven die helpen tegen de klachten. Soms wordt de dosis van het medicijn blijvend of tijdelijk aangepast. Of wordt er een pauze in de behandeling ingelast.

Voor informatie en adviezen kunt u ook terecht bij de oncologieverpleegkundige of verpleegkundig specialist. Deze gespecialiseerde verpleegkundigen zijn in veel ziekenhuizen aanwezig. Denk ook aan uw huisarts, wijkverpleegkundige en patiëntenorganisaties als bron van informatie.

De medicijnen die onder doelgerichte therapie vallen kunnen verschillende bijwerkingen veroorzaken. Van welke bijwerkingen u last kunt krijgen, hangt af van:

  • het doel waarop de medicijnen gericht zijn
  • het soort medicijn
  • de dosis
  • de manier van de toediening
  • de duur van de behandeling
  • de combinatie met andere medicijnen

Gevolgen op langere termijn

Doelgerichte therapie kan ook gevolgen op langere termijn hebben, zoals verslechterde conditie en vermoeidheid.

Redenen om uw specialist te waarschuwen

Koorts (temperatuur boven de 38,5˚C) is meestal een teken van een infectie. Neem daarom contact op met uw arts zodra u tijdens de behandeling of in de maanden erna koorts krijgt. Let daarbij vooral op:
  • pijn: bijvoorbeeld keelpijn, pijn bij het plassen, pijnlijke hoest
  • benauwdheid
  • slijm/bloed ophoesten
  • rillerigheid

Let ook op de volgende verschijnselen:
  • aanhoudende misselijkheid en/of braken
  • aanhoudende diarree (langer dan 48 uur)
  • plotseling optredende heftige buikpijn
  • aanhoudende hoofdpijn
  • pijnlijke plekjes in uw mond en moeite met slikken waardoor u niet kunt eten of drinken
  • snelle gewichtstoename
  • allergische verschijnselen
  • plotselinge huiduitslag
  • kortademigheid
  • een beklemmend gevoel rond de keel of gevoel van een dikke tong
  • slechter gaan zien
  • verschijnselen van bloedarmoede, zoals:
  • vermoeidheid
  • hartkloppingen
  • duizeligheid
  • bleekheid
  • oorsuizen
  • elk ander nieuw verschijnsel waarvan u vermoedt dat het in verband staat met uw behandeling

Uw arts zal u vertellen op welke verschijnselen u specifiek moet letten. En wanneer u direct een arts moet waarschuwen. Overleg met uw arts met wie en hoe u contact moet opnemen.

Veelvoorkomende bijwerkingen bij doelgerichte therapie

Veelvoorkomende bijwerkingen

Diarree

Sommige mensen krijgen last van diarree. Bij diarree verliest u veel vocht. Het is dan belangrijk dat u genoeg drinkt. Vertel het uw arts als u last heeft van diarree. Hij kan u medicijnen voorschrijven tegen de klachten.

Hoge bloeddruk

Tijdens doelgerichte therapie kan een hoge bloeddruk ontstaan. Dit wordt met name gezien bij middelen die de aanmaak van nieuwe bloedvaten kunnen beïnvloeden (angiogeneseremmers). Uw specialist zal uw bloeddruk regelmatig meten en u er eventueel medicijnen voor geven. Hoge bloeddruk kan hoofdpijn veroorzaken. Heeft u hier regelmatig last van? Meld dit dan aan uw specialist of verpleegkundige.

Infecties

Sommige doelgerichte medicijnen remmen de aanmaak van witte bloedcellen in het beenmerg. Witte bloedcellen vernietigen ziekteverwerkers zoals virussen en bacteriën. Zo beschermen witte bloedcellen ons tegen infecties.

Als er te weinig witte bloedcellen zijn, krijgt u dus makkelijker infecties. Als de doelgerichte therapie gecombineerd wordt met chemotherapie is de kans op infecties groter.

Infuusreactie

Als u een behandeling krijgt met monoklonale antilichamen via een infuus, dan bestaat de kans op een infuusreactie. Veel  monoklonale antilichamen die worden gebruikt bij doelgerichte therapie bestaan deels uit lichaamsvreemde eiwitten. Uw afweersysteem kan hierop reageren met het maken van antistoffen. Het is te vergelijken met een allergische reactie.

Mogelijke klachten zijn:

  • grieperig gevoel: koude rillingen, koorts, spierpijn
  • kortademigheid, benauwdheid
  • bloeddrukdaling
  • rode huiduitslag


Om de kans op deze klachten te verminderen, wordt het medicijn bij de eerste toediening soms langzaam toegediend en/of krijgt u medicijnen vooraf om de kans op een reactie te verkleinen. Soms moet u na de eerste behandeling voor een bepaalde periode ter observatie in het ziekenhuis blijven.

Maag- en darmklachten

Misselijkheid en overgeven
Irritatie van het maagslijmvlies door doelgerichte therapie kan misselijkheid en overgeven veroorzaken. Er zijn medicijnen die deze klachten kunnen verhelpen. Deze medicijnen worden toegediend via een infuus, als tablet of zetpil.

Zuurbranden
Sommige mensen hebben het gevoel dat hun eten niet goed zakt of hebben last van maagzuur.

Mondproblemen

Door een reactie van de slijmvliezen kunt u last krijgt van:
  • een pijnlijke mond. Vooral de tong kan gevoelig worden. De mond kan gevoelig worden bij warme dranken, hete maaltijden, gekruid eten en bijvoorbeeld scherpe tandpasta.
  • verandering van smaak
  • aften

Trombose

Sommige medicijnen, die gebruikt worden bij doelgerichte therapie, geven een verhoogde kans op een bloedstolsel. Een ander woord hiervoor is trombose.

Symptomen die kunnen duiden op trombose zijn:
  • een arm of been wordt pijnlijk, rood, gezwollen, warm
  • plotselinge kortademigheid kan duiden op een stolsel in de bloedvaten van de longen. Dit heet longembolie.

Vermoeidheid

De behandeling met doelgerichte therapie kan ervoor zorgen dat u heel erg moe bent. Soms kan uw arts een lichamelijke oorzaak vinden voor uw vermoeidheid, zoals bloedarmoede of een verminderde werking van de schildklier. Dit kan dan behandeld worden. Maar vaak is de reden van vermoeidheid niet duidelijk en/of behandelbaar.

U kunt nog weken na de behandeling moe blijven. Het is belangrijk om tijdens de behandeling:

  • voldoende rust te nemen
  • uw dagelijkse activiteiten in een aangepast tempo te doen als dat nodig is
  • te blijven bewegen


Zodra het weer kan is het belangrijk om regelmatig te sporten om de conditie weer op te bouwen. U kunt zich aanmelden voor een revalidatieprogramma. Vraag hiernaar bij uw huisarts of ziekenhuis.

Verminderde concentratie en geheugenproblemen

Vermoeidheid kan ook allerlei andere klachten geven zoals verminderde concentratie en verminderde werking van het korte-termijn geheugen.

Minder vaak voorkomende bijwerkingen doelgerichte therapie

Minder vaak voorkomende bijwerkingen

Darmperforatie

Sommige medicijnen die gebruikt worden bij doelgerichte therapie kunnen een risico geven op het ontwikkelen van gaten in de darmwand. Dit heet darmperforatie.

Droge slijmvliezen

Door de doelgerichte therapie kunt u last krijgen van droge slijmvliezen van:
  • mond
  • ogen
  • neus
  • vagina

Geheugen- en concentratieproblemen

De informatie over geheugen- en concentratieproblemen op kanker.nl is bedoeld voor mensen die behandeld zijn voor kanker buiten het centraal zenuwstelsel.

Sommige mensen hebben last van geheugen- en concentratieproblemen door kanker of de behandeling van kanker. De medische term voor dit soort problemen is cognitieve problemen. Cognitie betekent ‘kennis’ of ‘weten’.

Klachten zijn bijvoorbeeld:

  • moeite hebben met werken onder tijdsdruk 
  • trager werk- en denktempo hebben 
  • minder goed kunnen plannen en organiseren
  • moeite hebben om verschillende dingen tegelijkertijd te doen
  • moeite hebben met het onthouden van nieuwe informatie

Meestal zijn er meerdere factoren van invloed op het ontstaan en het voortduren van cognitieve problemen. Lees meer over de oorzaken.

Lees ook hoe u zelf kunt proberen uw situatie te verbeteren of uw klachten te verminderen.

Haarveranderingen

Sommige medicijnen die gebruikt worden bij doelgerichte therapie kunnen veranderingen van het haar als bijwerking geven. Er kan donshaar groeien in het gezicht. Soms gaan de haren van de wimpers of wenkbrauwen extreem groeien. Het haar kan bij sommige middelen ook dunner worden en/of gaan krullen.

Hart: slechtere pompfunctie

Sommige medicijnen die gebruikt worden bij doelgerichte therapie, beïnvloeden de pompfunctie van het hart. De gevolgen daarvan kunnen zijn:
  • vochtophoping in de enkels
  • kortademigheid
  • vermoeidheid

Uw specialist zal, als dat nodig is, de pompfunctie van uw hart controleren. Meld het aan uw specialist of verpleegkundige als:
  • uw gewicht ineens sterk toeneemt
  • u kortademig wordt

Huidveranderingen

Sommige medicijnen die worden gebruikt bij doelgerichte therapie kunnen veranderingen van de huid als bijwerking geven.

De bijwerkingen die kunnen ontstaan zijn:
  • verkleuringen van de huid, nagels en/of haar. Tijdens de behandeling kan de huid vaal geel zijn. Dat verdwijnt als de behandeling is gestopt.
  • droge huid. Dit kan jeuk veroorzaken.
  • kloven aan de handen, voeten en ellebogen.
  • hand/voet huidreactie. Komt met name voor op plaatsen waar druk ontstaat. Zoals de hak van de voet en de palm van de hand. Mogelijke klachten kunnen zijn:
    - eeltvorming
    - pijnlijke blaren die onder het eelt ontstaan
    - roodheid
    - tintelingen of branderig gevoel
  • acne-achtige huiduitslag. Vooral in het gezicht, op de borst, de rug en de ledematen.
  • pigmentvlekjes. Na de acne-achtige huiduitslag kunnen er bruine vlekjes ontstaan: pigmentvlekjes. De kans hierop wordt vergroot door blootstelling aan zonlicht.
  • wratachtige afwijkingen op de huid, bijvoorbeeld bij de BRAF-remmers

Nagelproblemen

Door doelgerichte therapie kunnen er veranderingen van de nagels optreden. Nagels kunnen trager groeien. Ze kunnen snel breken en makkelijk scheuren of splijten. Ook kan er nagelriemontsteking ontstaan.

Neuropathie

Bij een behandeling met monoklonale antilichamen kunnen beschadigingen van de zenuwen optreden. Dit heet neuropathie. Klachten kunnen zijn:
  • hoofdpijn en duizeligheid
  • spierpijn
  • pijn aan handen en voeten
  • doof gevoel in vingertoppen en tenen
  • zwaar gevoel in armen en benen
  • verstoorde waarneming in aanraking, pijn en temperatuur
  • problemen met plassen en klachten van verstopping

Wondgenezing slechter

Voor wondgenezing is de aanmaak van bloedvaten noodzakelijk. Doelgerichte medicijnen die werken als angiogeneseremmers remmen de aanmaak van bloedvaatjes. Deze kunnen de normale wondgenezing vertragen. Soms geneest een wond pas echt als de behandeling is gestopt.

Moet u geopereerd worden? Of is een tandheelkundige ingreep nodig? Overleg dan met uw specialist wat het juiste moment is om dit te ondergaan.

Over deze pagina

De informatie in de bibliotheek is getoetst door medisch specialisten en andere deskundigen.

Laatste update: december 2015

Dit artikel is geschreven door KWF Kankerbestrijding, kanker.nl.

Met medewerking van

Drs. Cirkel, G.A. (internist, overige deskundige), Mallo, H. (verpleegkundig specialist), Dr. Herpen, M.L. van (medisch oncoloog), Dr. Schagen, S. (overige deskundige)