Wat is…?

Trofoblastziekten

Opslaan

Trofoblastziekten is een groep ziektebeelden die ontstaat in de trofoblast. Trofoblastcellen zijn de cellen die de moederkoek, ook wel placenta genoemd, vormen. 

Er zijn diverse vormen van trofoblastziekten:

  • een complete mola hydatidosa, ook wel molazwangerschap genoemd 
  • een partiële (gedeeltelijke) mola hydatidosa, ook wel partiële molazwangerschap genoemd
  • een choriocarcinoom
  • placental site trophoblastic tumor (PSTT)
  • epitheloide trofoblast tumor

Een choriocarcinoom, PSTT en epitheloide trofoblast tumor worden beschouwd als vormen van kanker. PSTT en epitheloide trofoblast tumor komen in Nederland hooguit 1 of 2 keer per jaar voor. 

Een complete of een gedeeltelijke (partiële) mola hydatidosa kan zich ontwikkelen tot een persisterende trofoblast die ook als een vorm van kanker wordt beschouwd. 

Vrouwen met een molazwangerschap hebben een hoger risico op een choriocarcinoom of een PSTT.

Molazwangerschap

Het woord mola is afkomstig uit het Latijn en betekent ‘massa’. Hydatidosa komt van het Griekse ‘hydatis’, dat ‘druppel water’ betekent. De vorm van de cellen doet denken aan een druiventros of een massa met druppels water. 

Bij een molazwangerschap is er sprake van een onjuiste celdeling.

In Nederland wordt per jaar bij zo’n 200-240 zwangere vrouwen een molazwangerschap vastgesteld. Dit is ongeveer 1 op de 2000 zwangerschappen. We kennen 2 verschillende vormen: een complete mola zwangerschap en een partiële molazwangerschap.

Complete molazwangerschap

Bij een complete molazwangerschap is het genetische materiaal in de cel afkomstig van de vader. Het genetische materiaal van de moeder wordt uitgestoten vlak voor of na de bevruchting. De complete molazwangerschap is met het blote oog herkenbaar door haar karakteristieke blaasjes. Deze worden veroorzaakt door vocht van de placentavlokken.

Partiële molazwangerschap

Bij een partiële molazwangerschap is er een teveel aan genetisch materiaal van de vader aanwezig. Daarnaast is er ook genetisch materiaal van de moeder in de cel aanwezig. Hierdoor is de hoeveelheid genetisch materiaal in de cel verhoogd. Bij een partiële molazwangerschap is er vrucht aanwezig die in de meeste gevallen niet levensvatbaar is.

Persisterende trofoblastziekte

Trofoblastcellen produceren het zwangerschapshormoon hCG (humaan choriogonadotrofine). Het hCG is een gevoelige merkstof bij trofoblastziekte. Na de behandeling van een molazwangerschap wordt wekelijks het zwangerschapshormoom hCG in uw bloed gemeten. Als het hCG in het bloed niet voldoende daalt of stijgt, is er sprake van een persisterende trofoblast. Dit treedt bij ongeveer 15% van de molazwangerschappen op.

Of u wel of niet een persisterende trofoblastziekte ontwikkelt, kan op grond van weefselonderzoek niet worden voorspeld. 

Het is van belang om deze controle-onderzoeken ook te laten doen, om persisterende trofoblastziekte zo vroeg mogelijk te kunnen opsporen.

Risicofactoren voor een persisterende trofoblast zijn: 

  • jonge leeftijd
  • leeftijd boven de 40 jaar
  • een grote baarmoeder/veel molaweefsel in de baarmoeder 
  • een hoge eerste hCG-waarde 
  • het incompleet verwijderen van de mola bij curettage 
  • grote cysten in de eierstokken

Er bestaan hoog- of laagrisico persisterende trofoblastziekte. Of er sprake is van een hoog of laag risico hangt af van diverse factoren, die bij behandeling genoemd worden.

Choriocarcinoom

Een choriocarcinoom is een kwaadaardige aandoening van trofoblastcellen en gedraagt zich als een persisterende trofoblast. Onder de microscoop ziet choriocarcinoom er anders uit dan mola. Maar net als bij mola normaliseert het hCG niet spontaan.

Choriocarcinomen kunnen ontstaan na een molazwangerschap, maar ook na een:

  • voldragen zwangerschap
  • buitenbaarmoederlijke zwangerschap
  • spontane miskraam
  • abortus provocatus

Het choriocarcinoom na een voldragen zwangerschap is zeldzaam en komt 1 maal per 30.000 bevallingen voor. Dat betekent dat er in Nederland jaarlijks ongeveer 9 vrouwen met de diagnose choriocarninoom. Het is soms lastig de diagnose tijdig te stellen omdat bijpassende klachten, zoals bloedverlies, vaak na een bevalling voorkomen. Heeft u 6 weken na de bevalling nog steeds bloedverlies, dan moet u contact opnemen met een gynaecoloog. 

Placental site trofoblastic tumor en epitheliode trofoblast tumor

Dit zijn zeldzame afwijkingen waarvan er in Nederland hooguit 1 of 2 per jaar voorkomen.

Placental site trophoblastic tumor (PSTT) en epitheloide trofoblast tumor produceren weinig hCG. Soms worden ze pas jaren na een zwangerschap vast gesteld. Deze tumoren zijn in de regel minder gevoelig voor chemotherapie. Daarom wordt er(indien mogelijk) meestal voor een operatieve behandeling gekozen Soms is een combinatie met chemotherapie wel nodig. Bijvoorbeeld als er uitzaaiingen zijn of als er veel tijd is verstreken tussen de laatste zwangerschap en deze ziekte.

Gynaecologisch oncologische centra

Nederland heeft een aantal erkende gynaecologisch-oncologische centra:
  • Academisch Medisch Centrum in Amsterdam
  • Antoni van Leeuwenhoek in Amsterdam
  • Catharina Ziekenhuis in Eindhoven
  • Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam
  • Leids Universitair Medisch Centrum
  • Maastricht Universitair Medisch Centrum+
  • Medisch Spectrum Twente in Enschede
  • Radboudumc in Nijmegen 
  • Universitair Medisch Centrum Groningen
  • Universitair Medisch Centrum Utrecht
  • VU Medisch Centrum in Amsterdam

Over deze pagina

De informatie in de bibliotheek is getoetst door medisch specialisten en andere deskundigen.

Laatste update: februari 2016

Dit artikel is geschreven door kanker.nl, KWF Kankerbestrijding, Olijf, netwerk vrouwen met gynaecologische kanker.

Met medewerking van

Bezemer, L. (ervaringsdeskundige), Dr. Lok, C.A.R. (gynaecoloog), Posthumus, J. (ervaringsdeskundige), Dr. Trommel, van N. (gynaecoloog), Van Eijkeren, M. (ervaringsdeskundige), Prof. dr. Kruitwagen, R.F.P.M. (gynaecoloog), Prof. dr. Creutzberg, C. L. (radiotherapeut), Prof. dr. Verheijen, R.H.M. (gynaecoloog)