Behandeling en bijwerkingen

Nazorg en controle bij lymfeklierkanker

Opslaan

Na de behandeling van lymfeklierkanker is regelmatige controle op de polikliniek nodig. Patiënten die zijn behandeld voor deze ziekte, hebben wat meer risico om een andere soort kanker te krijgen. Bovendien kan de behandeling op langere termijn bijwerkingen veroorzaken. Daarom blijven de meeste patiënten hun leven lang onder controle bij hun arts.

Hoe vaak uw arts u wil zien, zal hij met u bespreken. 

  • In het 1e jaar na behandeling gaat u meestal elke 3 maanden op controle.
  • Daarna vermindert het aantal controles naar 2 x per jaar.
  • Vanaf 5 jaar na behandeling vinden controles 1 x per jaar plaats. 

Mensen die in het verleden behandeld zijn met mantelveldbestraling wordt aangeraden tenminste 1 x per jaar voor controle te komen. Mantelveldbestraling wordt tegenwoordig niet meer toegepast bij non-hodgkinlymfomen. Bij deze vorm van bestraling werden alle lymfklierstations boven het middenrif (vanaf de oksels tot boven de oren) bestraald.

De controle bestaat uit:

  • een kort gesprek met de arts
  • een lichamelijk onderzoek
  • bloedonderzoek

Scans vinden alleen plaats in studieverband of als de arts denkt dat de ziekte bij u is teruggekeerd.

Vraag uw arts

  • waar de nazorg voor u uit bestaat
  • bij wie u voor controle komt
  • welke onderzoeken u dan krijgt
  • wanneer u de uitslag van een onderzoek krijgt en op welke manier
  • waarom u eventueel geen onderzoeken krijgt
  • hoe vaak u voor controle moet komen
  • hoeveel jaar de nazorg duurt
  • wie uw contactpersoon is

Angst

Sommige mensen vinden het een prettig en veilig idee om regelmatig naar het ziekenhuis terug te gaan. Anderen zien juist erg op tegen de controle. Ook nog jaren na de behandeling. Elke controle is weer spannend. Veel mensen zijn bang dat er weer wat wordt ontdekt. Die angst zit vaak diep, en kan zomaar ineens opkomen. Bij elke lichamelijke klacht of pijn legt u misschien een verband met kanker. Ook al weet u eigenlijk wel dat het een 'gewone' kwaal kan zijn, zoals verkoudheid of griep. Mensen uit uw omgeving realiseren zich vaak niet hoe sterk die angst is. Daardoor begrijpen ze uw reactie soms niet. 

Heeft u een lichamelijke klacht, ga dan naar uw huisarts of ga naar uw specialist. U kunt hem vertellen waarover u zich zorgen maakt. Ziet uw arts geen reden voor verder onderzoek? Spreek dan af wanneer u terugkomt als uw klacht niet overgaat.

Over deze pagina

De informatie in de bibliotheek is getoetst door medisch specialisten en andere deskundigen.

Laatste update: augustus 2017

Dit artikel is geschreven door KWF Kankerbestrijding, kanker.nl.

Met medewerking van

Dr. Chamuleau, M.E.D. (hematoloog), Woude, H. (verpleegkundig specialist), Dr. Zijlstra, J.M. (hematoloog)