Onderzoek en diagnose

Stadiumindeling bij multipel myeloom

Opslaan

De arts stelt je een behandeling voor. Hiervoor moet hij weten:

  • het percentage plasmacellen in het beenmerg
  • hoe kwaadaardig deze plasmacellen zijn 
  • hoeveel normaal beenmerg je nog hebt
  • wat het stadium van de ziekte is

Het stadium geeft aan hoever de ziekte zich in het lichaam heeft verspreid. Bij multipel myeloom zijn er 3 stadia.

Er zijn twee systemen om het stadium te bepalen:

  • het Durie-Salmonsysteem
  • het ISS-systeem

In Nederland worden beide systemen gebruikt.

Durie-Salmonsysteem

De indeling volgens het Durie-Salmonsysteem is:

  • stadium I:
    - hoog hemoglobinegehalte in het bloed, en
    - normaal tot iets verhoogd calciumgehalte in het bloed, en
    - normale skeletstructuur of slechts 1 bothaard, en
    - lage hoeveelheid antistoffen, en
    - er komt minder dan 4 gram Bence-Jones-eiwit per 24 uur in de urine
  • stadium II: waarden tussen stadium I of stadium III in
  • stadium III:
    - laag hemoglobinegehalte, en/of
    - hoog calciumgehalte in het bloed, en/of
    - meer dan 1 bothaard, en/of
    - hoge hoeveelheid M-proteïne in het bloed
    - er komt meer dan 12 gram Bence-Jones-eiwit per 24 uur in de urine

ISS-systeem

Voor het ISS-systeem gebruikt je arts de bloedwaardes van 2 eiwitten: bèta 2 microglobuline en albumine.

De indeling volgens het ISS-systeem is:

  • stadium I: laag bèta 2 microglobuline en normaal albumine
  • stadium II: waarden tussen stadium I of stadium III in
  • stadium III: hoog bèta 2 microglobuline

Prognose

Over het algemeen geldt: hoe lager het stadium, hoe gunstiger de prognose.

De prognose van multipel myeloom wordt ook bepaald door de aanwezigheid van bepaalde chromosoomafwijkingen in het DNA van de kwaadaardige plasmacellen. Dat kan worden bepaald met chromosoomonderzoek. Met prognose wordt de verwachting van het verloop van de ziekte bedoeld.

Over deze pagina

De informatie in de bibliotheek is getoetst door medisch specialisten en andere deskundigen.

Laatste update: april 2017

Dit artikel is geschreven door KWF Kankerbestrijding.

Met medewerking van

Dr. Minnema, M.C. (hematoloog), Dr. Raymakers. R.A.P. (hematoloog), Sikkel, R. (ervaringsdeskundige), Dr. Verdonck, L.F. (hematoloog)