Stamceltransplantatie bij multipel myeloom

Opslaan

Stamceltransplantatie is een behandeling waarbij je stamcellen krijgt toegediend. Deze stamcellen kunnen van jezelf zijn. Dit heet autologe stamceltransplantatie. De stamcellen kunnen ook van een donor zijn. Dat heet allogene stamceltransplantatie.

Autologe stamceltransplantatie

Autologe stamceltransplantatie is onderdeel van de behandeling van fitte patiënten jonger dan 70 jaar.

De behandeling bestaat uit:

  • Een inductiebehandeling om het aantal kwaadaardige plasmacellen te verlagen
  • Een autologe stamceltransplantatie
  • Soms nog een consolidatiekuur na de stamceltransplantatie. Het doel hiervan is om het aantal kwaadaardige plasmacellen nog verder te verlagen. 
  • Soms gevolgd door een onderhoudsbehandeling. Je krijgt dan gedurende lange tijd een lage dosis doelgerichte therapie, bijvoorbeeld lenalidomide. 

De stamceltransplantatie bestaat uit verschillende fasen:
1. mobilisatie van stamcellen
2. oogsten van stamcellen
3. conditioneringskuur
4. toediening stamcellen

1. Mobilisatie van stamcellen

Om stamcellen te kunnen verzamelen, moeten deze loskomen uit het beenmerg. Hiervoor krijg je een mobilisatiekuur. Mobiliseren betekent in beweging brengen: de stamcellen gaan vanuit het beenmerg naar de bloedbaan. Je krijgt:

  • cyclofosfamide
  • cyclofosfamide + doxorubicine + dexamethason (CAD)

Cyclofosfamide is chemotherapie. Doxorubicine is doelgerichte therapie. Dexamethason is een bijnierschorshormoon.

Daarna krijg je een groeifactor. Deze versterkt het effect van de mobilisatiekuur.

2. Oogsten van stamcellen

Heb je voldoende stamcellen in uw bloed? Dan verzamelt de arts je stamcellen. De procedure van stamcellen oogsten heeft aferese. Je krijgt hiervoor een infuus in 1 van je aders. Via het infuus gaat het bloed naar een speciale machine: de aferesemachine. Deze machine scheidt de stamcellen van het bloed. De stamcellen worden verzameld. Je bloed krijg je weer terug via een slangetje.

Het oogsten van stamcellen duurt ongeveer 4 uur. Wanneer er na aferese niet genoeg stamcellen zijn verzameld, volgt de volgende dag nog een aferese.

De verzamelde stamcellen worden in het laboratorium bewerkt en ingevroren tot gebruik. Vaak zijn er genoeg stamcellen voor 2 transplantaties. Hierdoor kun je bij terugkeer van de ziekte eventueel nog een stamceltransplantatie krijgen.

3. Conditioneringskuur

De conditioneringskuur heeft als doel om resterende kankercellen te doden. Het is een intensieve therapie. Je wordt hiervoor opgenomen. Je krijgt 2 dagen een hoge dosis chemotherapie (melfalan). De behandeling vernietigt een groot deel van het normale beenmerg. 

Door deze behandeling kunnen zieke plasmacellen en het M-proteïne niet meer aantoonbaar zijn in het bloed. Dat heet een complete remissie. Dit geeft de beste vooruitzichten, maar betekent geen genezing. De ziekte kan zich soms een aantal jaren rustig houden.

Tussen het oogsten van stamcellen en de conditioneringskuur zitten meestal een paar weken.

4. Toediening stamcellen

1 of 2 dagen na de conditioneringskuur krijg je je stamcellen terug via een infuus. De stamcellen zijn van tevoren ontdooid. De stamcellen vinden zelf hun weg vanuit het bloed terug naar het beenmerg. Daar zorgen ze voor aanmaak van nieuw beenmerg en nieuwe bloedcellen. In 2 tot 3 weken heb je dan weer goede bloedcellen.

Consolidatiekuur

Soms krijgen patiënten na de autologe stamceltransplantatie ook nog een consolidatiekuur om de ziekte nog beter onder controle te krijgen.

Onderhoudsbehandeling

Zijn er na de behandeling nog kwaadaardige cellen aanwezig? Dan kan de arts u na de transplantatie een onderhoudsbehandeling geven met een lage dosis lenalidomide. Lenalidomide is een doelgericht medicijn.

Allogene stamceltransplantatie

Soms krijgt een patiënt met multipel myeloom een niet-myeloablatieve allogene stamceltransplantatie.

Je krijgt dan stamcellen van een donor. Niet-myeloablatief betekent dat je voorafgaand aan de transplantatie een behandeling krijgt met chemotherapie en bestraling of met andere middelen. Voorwaarde is dat die middelen bepaalde witte bloedcellen niet remmen. Het gaat dan om de T-cellen.

Met deze behandeling probeert de arts:

  • de kwaadaardige plasmacellen te verminderen
  • een afweerreactie van de donorcellen tegen de kwaadaardige plasmacellen op te wekken. Donorafweercellen herkennen de kwaadaardige myeloomcellen dan als vreemd en kunnen deze opruimen na een stamceltransplantatie. 

Voor een niet-myeloablatieve allogene stamceltransplantatie geldt dezelfde leeftijdsgrens als voor een autologe stamceltransplantatie. Deze behandeling is niet de eerste keus, vanwege de hoge risico’s bij deze behandeling. Dit zijn:

  • afstotingsverschijnselen (graft-versus-hostziekte)
  • toegenomen kans op infectie
  • kans op overlijden

Of allogene stamceltransplantatie nog als behandeling van multipel myeloom moet blijven is de vraag. Redenen waarom niet zijn:

  • lage kans op genezing
  • hoge risico’s
  • er zijn steeds meer andere behandelmogelijkheden voor multipel myeloom beschikbaar 

Over deze pagina

De informatie in de bibliotheek is getoetst door medisch specialisten en andere deskundigen.

Laatste update: april 2017

Dit artikel is geschreven door KWF Kankerbestrijding, de redactie van kanker.nl.

Met medewerking van

Dr. Raymakers. R.A.P. (hematoloog), Sikkel, R. (ervaringsdeskundige)