Ondersteunende behandelingen bij multipel myeloom

Deze informatie is gecontroleerd door deskundigen.

Naar colofon

Opslaan

Bij de behandeling van multipel myeloom kun je voor korte of langere tijd een ondersteunende behandeling nodig hebben. Ondersteunende behandelingen verlichten de gevolgen van de ziekte en/of bijwerkingen van andere behandelingen. 

Ondersteunende behandeling van botpijn

Heb je pijn in je botten of druk op je ruggenmerg doordat daar kwaadaardige plasmacellen groeien? Dan kun je bestraling krijgen om:

  • klachten te verminderen
  • een dwarslaesie te voorkomen

Meestal is 1 of een paar keer bestralen genoeg. Het kan een paar weken duren voordat de pijn minder wordt of verdwijnt.

Tijdens de bestraling krijg je ook bijnierschorshormonen (corticosteroïden), meestal dexamethason. Dit middel is bedoeld om de zwelling snel te verminderen.

Zijn er ook op andere plaatsen kwaadaardige plasmacellen aanwezig? Dan krijg je meestal ook chemotherapie of doelgerichte therapie.

Ondersteunende behandeling bij botziekte

Door multipel myeloom ontstaan problemen met het skelet. Je kunt last krijgen van:

  • botontkalking
  • bothaarden

Bij botontkalking wordt je botweefsel minder sterk. Je botten kunnen daardoor sneller breken als zij belast worden. Of je ruggenwervels kunnen inzakken. 

Bothaarden zijn gaatjes in je botten. Deze ontstaan op plaatsen waar kwaadaardige plasmacellen in je beenmerg zitten. Als de gaten erg groot worden kunnen je botten ook makkelijk breken.

Je kunt verschillende behandelingen krijgen bij botziekte:

  • operatie
  • korset
  • botversterkende middelen
  • bestraling

Operatie

Een operatie kan nodig zijn als:

  • kwaadaardige plasmacellen zijn gaan woekeren in de wervelkolom, waardoor je een instabiele wervelkolom of ingezakte wervels hebt gekregen. Zo wordt een dwarslaesie voorkomen. Je wervelkolom steeds krommer dreigt te worden
  • je na bestraling of chemotherapie pijn blijft houden aan je rug

De arts heeft hier meerdere technieken voor:

  • lange pen gemaakt van titanium in de mergholte van het bot
  • lange titanium plaat naast het bot 
  • bot verstevigen met botcement. Dit is een dikke tandpasta-achtige vloeistof die de arts met een holle naald inspuit. De vloeistof wordt daarna hard, zodat het een versteviging vormt. Botcement ter versteviging van een wervel heet percutane vertebroplastiek.
  • ballonkyfoplastiek: een ingezakte wervel met een ballonnetje weer uitdeuken

De hematoloog beoordeelt samen met de orthopeed en de radioloog of deze behandelingen in jouw geval mogelijk en zinvol is. Als een operatie of vertebroplastiek niet nodig zijn, krijg je soms een korset.

Korset

Een korset rondom je middel:

  • geeft steun
  • vermindert pijn
  • voorkomt verder inzakken van de wervels in de wervelkolom. 

Een korset kan ook nodig zijn om je nek te stabiliseren.

Het korset is gemaakt van textiel met baleinen, kunststof of gips. Een korset heeft ook een nadeel: de spieren verslappen doordat je deze niet meer gebruikt. Hierdoor vermindert de steun voor het skelet. Je krijgt het korset daarom bij voorkeur voor korte tijd.

Botversterkende middelen

Om de botafbraak te remmen, krijg je een bisfosfonaat. Botafbraak bij multipel myeloom ontstaat doordat cellen die bot aanmaken (osteoblasten) niet goed meer werken en de cellen die bot afbreken (osteoclasten) juist harder werken. Bisfosfonaten remmen de osteoclasten.

Meestal krijg je het bisfosfonaat via een infuus, soms als tablet. Je krijgt dit middel meestal 2 jaar of langer. Daarna kijkt de hematoloog samen met de orthopeed of je nog langer met dit middel behandeld moet worden. Keert de ziekte terug, dan kun je opnieuw een bisfosfonaat krijgen.

Veel gebruikte bisfosfonaten zijn:

  • APD 
  • zoledronaat
  • clodronaat

Deze middelen hebben weinig bijwerkingen, maar je kunt er wel misselijk van worden. Als je het middel per infuus krijgt, kun je tijdelijk koorts krijgen.

Een bisfosfonaat kan kaakproblemen veroorzaken. Een gebitscontrole door de tandarts is daarom verstandig. Dat kun je het beste laten doen voordat de behandeling begint.

Ondersteunende behandeling van tekort aan bloedcellen

Bij multipel myeloom is er een ongecontroleerde groei van kwaadaardige plasmacellen. Dit verstoort de normale bloedaanmaak. Het lichaam kan niet genoeg rode en witte bloedcellen aanmaken.
Een tekort aan bloedcellen kan bloedarmoede, een verhoogd risico op infecties, blauwe plekken en bloedingen veroorzaken.

Je kunt de volgende behandelingen krijgen:

  • antibiotica
  • groeifactoren
  • bloedtransfusies
  • erytropoiëtine (epo)

Antibiotica

Witte bloedcellen zijn onderdeel van het afweersysteem. Patiënten met multipel myeloom hebben minder witte bloedcellen en lopen daardoor sneller infecties op. Als die optreden zal er sneller een behandeling met antibiotica nodig zijn. Antibiotica bestrijden bacteriën die de infectie veroorzaken.

Tijdens de behandeling krijg je soms antibiotica om infecties te voorkomen. Ook aan het eind van de behandeling krijg je soms een inenting tegen ernstige infecties. Een ander woord voor inenting is vaccinatie.

Groeifactoren

Bij een tijdelijk laag aantal witte bloedcellen kan de hematoloog je groeifactoren geven. Deze kunnen de aanmaak van witte bloedcellen stimuleren. Je krijgt de groeifactoren dagelijks door middel van een onderhuidse injectie. Bij het middel pegfilgrastim zijn injecties veel minder vaak nodig.

Bloedtransfusies

Een tekort aan bloedplaatjes geeft meer kans op bloedingen. Een tijdelijk tekort dat bijvoorbeeld door chemotherapie ontstaat, is op te vangen met transfusie van bloedplaatjes. Bij een langdurig tekort kan het lichaam afweerstoffen tegen bloedplaatjes maken. Een transfusie heeft dan meestal geen zin meer.

Ook bij bloedarmoede kun je een bloedtransfusie krijgen om het tekort aan rode bloedcellen aan te vullen.

Erytropoiëtine (epo)

Erytropoiëtine (epo) is een hormoon dat voornamelijk in de nieren wordt gemaakt. Het is nodig voor de vorming van rode bloedcellen. Extra erytropoiëtine kan bloedarmoede soms verhelpen of voorkomen. Je krijgt dit middel via een injectie onder de huid. Het kan helpen bij langdurige bloedarmoede en als je heel vaak bloedtransfusies nodig hebt.

Ondersteunende behandeling van nierproblemen

Een groot deel van de patiënten met multipel myeloom heeft nierproblemen. Bij nierproblemen krijgt u een verwijzing naar de specialist voor nierziekten: de nefroloog.

De behandeling van nierproblemen richt zich op het bestrijden van:

  • bloedarmoede
  • hyperfosfatemie: teveel fosfaat in het bloed
  • vochtophoping

Bloedarmoede

Als de nieren nog maar voor 30% of minder werken, ontstaat vaak bloedarmoede. De oorzaak is een tekort aan erythropoëtine. Dit is een hormoon dat de nieren normaal zelf aanmaken. Ook multipel myeloom zelf veroorzaakt bloedarmoede. Heeft u ernstige bloedarmoede, dan krijgt u bloedtransfusies en/of (twee)wekelijkse injecties met erythropoëtine.

Te hoog fosfaatgehalte

Als uw nieren niet goed werken, kan het fosfaatgehalte in uw bloed te hoog worden. De medische term hiervoor is hyperfosfatemie. Dit kan jeuk veroorzaken. Om hyperfosfatemie te voorkomen moet u minder eiwitten eten. Eiwitten zitten bijvoorbeeld in melkproducten, vlees, kip, kaas en chocolade. Het is belangrijk om dit in overleg met de diëtist te doen, want u moet wel voldoende voedingsstoffen binnen krijgen om in conditie te blijven. In aanvulling op het dieet kan de arts u ook fosfaatbinders voorschrijven. Deze medicijnen zorgen ervoor dat uw lichaam minder fosfaat opneemt.

Vochtophoping

Bij ernstige nierproblemen kunt u last krijgen van vochtophoping. Vaak krijgt u dan plaspillen en u mag minder drinken dan u gewend bent. Door ophoping van de afvalstoffen in het bloed kunt u ook last krijgen van misselijkheid en braken.

Bij deze klachten zal de arts met u spreken over nierdialyse. Bij nierdialyse wordt de functie van de nieren overgenomen door een dialyseapparaat. Zo wordt het bloed gezuiverd van afvalstoffen.

Colofon

Met medewerking van

Dr. Raymakers. R.A.P. (hematoloog)

Sikkel, R. (ervaringsdeskundige)

Prof. dr. Zweegman, S. (hematoloog)

Dr. Minnema, M.C. (hematoloog)

Dr. Verdonck, L.F. (hematoloog)

Dr. Meer, I.M. van der (internist)

Gemaakt door KWF Kankerbestrijding

Laatste update: april 2017