Operatie bij een hypofysetumor

Deze informatie is gecontroleerd door deskundigen.

Naar colofon

Opslaan

Een operatie om de hypofysetumor te verwijderen is meestal de behandeling van voorkeur.

Operatie via de neus en door de neusbijholte

Is een operatie mogelijk, dan doet de arts meestal transsfenoïdale chirurgie. Dit is een operatie via de neus en door de neusbijholte. Vaak is dit een kijkoperatie, waarbij de arts opereert langs een kijkbuis (endoscoop) via de neus.

Het lukt niet altijd de tumor volledig te verwijderen. Vaak heeft dit te maken met de vorm en de ligging van de tumor. Of zit het tumorkapsel erg vast aan het omliggend weefsel. Soms is het verschil tussen tumor en normaal hypofyseweefsel niet goed te zien. Dan is de kans groter dat er nog een gedeelte van de tumor achterblijft. Blijft er een stuk van de tumor achter, dan betekent dat niet altijd dat de tumor terugkeert. Opnieuw opereren is daarom niet altijd nodig.

Operatie via de schedel (craniotomie)

In sommige gevallen kan de arts de tumor niet via de neusholte verwijderen. Bijvoorbeeld omdat de tumor te groot is. Dan moet de operatie via een andere route gebeuren, bijvoorbeeld via een craniotomie.

Na de operatie

Door een operatie via de neus zullen je neusslijmvliezen opgezwollen zijn. Hierdoor kan het ademen in het begin wat lastig zijn. Tijdens de eerste weken na de operatie mag je je neus niet hard snuiten. Soms is het nodig om na de operatie neustampons te dragen, om bloeding tegen te gaan. De arts verwijdert deze na een paar dagen.

Kort na de operatie kan de waterhuishouding verstoord zijn. Dit is het systeem dat ervoor zorgt dat je vochtbalans, dat wil zeggen hoeveel je drinkt en hoeveel je uitplast, goed is. Het is daarom belangrijk om in de gaten te houden of je meer plast dan normaal en/of veel dorst heeft. Is dit zo, bespreek het dan met je arts. Hij kan je zo nodig medicijnen voorschrijven.

Na de operatie produceert de hypofyse mogelijk te weinig van 1 of meerdere hormonen. Dan is het nodig dat je deze hormonen ter vervanging zelf inneemt. Dit heet substitutietherapie. Hierover kun jemeer lezen bij ‘Behandeling met medicijnen’.

Controle

Om te zien of de hele tumor is verwijderd, krijg je een controle MRI. Dit kan pas na een paar maanden. Voor die tijd is namelijk geen verschil te zien tussen een stuk achtergebleven tumor en het litteken van de operatie.

Is er nog een deel van de hypofysetumor achtergebleven, dan kan de tumor soms weer aangroeien. In geval van aangroei is nog een operatie nodig. De kans dat een tumor aangroeit is kleiner als je na de operatie bestraald bent.

Colofon

Met medewerking van

Stichting Hersentumor.nl

Gemaakt door de redactie van kanker.nl

Laatste update: juni 2017