Behandeling met medicijnen bij een hypofysetumor

Deze informatie is gecontroleerd door deskundigen.

Naar colofon

Opslaan

De behandeling met medicijnen bij een hypofysetumor is onder te verdelen in 2 groepen:

  • Primair medicamenteuze behandeling. Dit is behandeling met medicijnen die de hypofysetumor verkleinen. 
  • Substitutie-therapie. Dit is behandeling met hormonen die het tekort van bepaalde hormonen vervangen. Deze behandeling heeft dus alleen als doel om klachten te verminderen, niet om de tumor zelf te behandelen.

Medicamenteuze anti-hormoonbehandeling

Deze behandeling wordt gegeven bij:

  • Prolactinoom
  • Acromegalie, ziektebeeld veroorzaakt door een teveel aan groeihormoon

Prolactinoom

Om de productie van prolactine te remmen kun je dopamine krijgen. Of medicijnen die het effect van dopamine nabootsen, zoals quinagolide (Norprolac), cabergoline (Dostinex) en bromocriptine (Parlodel). Dopamine is een neurotransmitter, een stof die in de hersenen wordt aangemaakt. Het speelt onder andere een rol bij het bewegen, bij het denken en plannen en bij emoties en motivaties.

Bij prolactinomen is medicamenteuze anti-hormoon behandeling de eerste keus van behandeling. Heel soms reageert de tumor niet op deze medicijnen. In dat geval kun je behandeling met operatie of bestraling krijgen.

Acromegalie

Een hypofysetumor die een teveel aan groeihormoon produceert, veroorzaakt acromegalie. Een symptoom van dit ziektebeeld is groei van het hoofd, de kaken, handen en voeten.

Drie groepen medicijnen zijn werkzaam tegen acromegalie:

  • Somatostatinen. Deze medicijnen lijken op groeihormoon. Ze remmen indirect de aanmaak van groeihormoon door de hypofyse. De productie van groeihormoon in de hypofyse wordt gestimuleerd door hormoon uit een ander deel van de hersenen. Dit hormoon heet Growth Hormone Releasing Hormone (GHRH). Om een teveel aan groeihormoon te voorkomen, remt groeihormoon zelf de aanmaak van GHRH. De somatostatinen lijken op groeihormoon, maar hebben een sterkere remmende werking op de aanmaak van GHRH. Hierdoor maakt de hypofyse minder groeihormoon aan. 
  • Dopamine-agonisten. Deze medicijnen remmen de productie van groeihormoon direct en indirect. Dopamine is een hormoon dat in de hersenen wordt aangemaakt. Het remt zowel de productie van het groeihormoon als de productie van GHRH. Dopamine-agonisten bootsen de werking van dopamine na. 
  • Groeihormoon receptor-blokkeerders. Deze medicijnen blokkeren de effecten van groeihormoon. 

Substitutietherapie

Maakt de hypofyse te weinig hormonen aan, dan krijg je extra hormonen toegediend. Dit heet substitutietherapie. Te weinig aanmaak van hormonen komt bijvoorbeeld omdat de hypofysetumor de normale hypofyse heeft verdrongen. Of doordat de normale hypofyse is beschadigd door de operatie of bestraling.

De normale functie van de hypofyse kan binnen enkele maanden na operatie terugkeren. Is dit niet het geval, dan is substitutie-therapie meestal levenslang nodig.

Substitutie-therapie wordt gegeven bij een tekort aan de volgende hormonen:

  • Cortisol
  • Schildklierhormoon
  • Anti-diuretisch hormoon 
  • Geslachtshormonen: testosteron of oestrogeen/progestageen (soms)
  • Groeihormoon (soms)

Colofon

Met medewerking van

Stichting Hersentumor.nl

Gemaakt door de redactie van kanker.nl

Laatste update: juni 2017