Wat is…?

Hormonen en borstkanker

Opslaan

De vrouwelijke hormonen oestrogeen en progesteron zijn risicofactoren voor het ontstaan van borstkanker. Dit risico geldt niet alleen voor hormoongevoelige borstkanker, maar voor alle soorten.

Hoe langer borsten zijn blootgesteld aan deze hormonen, hoe groter de kans op borstkanker. Daarom is er een verhoogde kans op borstkanker voor vrouwen die:

  • jong hun eerste menstruatie hadden (voor het 12e jaar), vooral in combinatie met een late overgang (na het 55e jaar)
  • geen of weinig zwangerschappen hebben
  • na hun 35e een eerste kind krijgen
  • geen of kort borstvoeding geven
  • de anticonceptiepil slikken
  • overgewicht hebben
  • hormoonpreparaten gebruiken tegen overgangsklachten
  • DES-moeder zijn en tussen de 45 en 65 jaar oud

Vroege menstruatie en late overgang

Bij een eerste menstruatie voor het 12e jaar heeft een vrouw meer kans op borstkanker. Ook vrouwen die na hun 55e in de overgang komen, hebben een verhoogd risico. Tijdens de vruchtbare periode van de vrouw produceren de eierstokken namelijk oestrogeen en progesteron.

Geen of weinig zwangerschappen

Vrouwen die nooit zwanger zijn geweest, hebben meer risico op borstkanker dan vrouwen die wel kinderen hebben. Meerdere zwangerschappen geeft zelfs een lager risico op borstkanker. Tijdens de zwangerschap maken de eierstokken namelijk geen oestrogeen en progesteron aan.

Na het 35e jaar een eerste kind

Vrouwen die na hun 35e een eerste kind krijgen, hebben een iets hoger risico op borstkanker. Ze hebben ongeveer evenveel risico als vrouwen zonder kinderen. Vrouwen die hun eerste kind voor hun 32e krijgen, hebben een lager risico vergeleken met vrouwen zonder kinderen.

Geen of kort borstvoeding geven

Vrouwen die geen of kort borstvoeding hebben gegeven, hebben meer risico op borstkanker dan vrouwen die 4 maanden of langer borstvoeding hebben gegeven. Het risico neemt verder af bij een langere borstvoedingsperiode (ook opgeteld bij meerdere kinderen). Hoe jonger een vrouw is als ze borstvoeding geeft, hoe kleiner het risico. Tijdens de borstvoeding maken de eierstokken namelijk minder tot geen hormonen aan.

Gebruik van anticonceptiepil

De anticonceptiepil bevat nagemaakte oestrogeen en progesteron. Door deze te slikken denken de eierstokken dat er al voldoende vrouwelijke hormonen in het lichaam aanwezig zijn en gaan ze deze zelf niet produceren.

De dosis hormonen in de pil is veel hoger dan de hoeveelheid hormonen die de eierstokken normaal zouden afgeven. Door het slikken van de pil is het risico op borstkanker wat hoger, maar nog steeds klein.

Na de overgang wordt het risico op borstkanker wel hoger. Daarom krijgen vrouwen vanaf 50 jaar het advies om voor een andere vorm van anticonceptie te kiezen.

Vrouwen met een erfelijke aanleg voor borstkanker hebben een sterk verhoogd risico op het krijgen van borstkanker. Het advies voor hen is om het gebruik van de anticonceptiepil te bespreken met de arts.

Van andere hormonale anticonceptie (bijvoorbeeld hormoonspiraal en anticonceptiering) is niet bekend of er een hoger risico op borstkanker is. De dosis hormonen is vaak lager. Ook is de afgifte van hormonen lokaal, in de buurt van de eierstokken.

Overgewicht

Door overgewicht neemt het risico op borstkanker toe. Een vrouw heeft dan 17% kans om gedurende haar leven borstkanker te krijgen, in plaats van 13%. Van overgewicht is sprake bij een BMI hoger dan 25.

Dit verhoogde risico ontstaat vooral na de overgang. Het vetweefsel in de buik gaat dan oestrogeen produceren. Hoe meer vetweefsel, hoe meer oestrogeen wordt aangemaakt en dus hoe hoger het risico op borstkanker.

Hormoonpillen tegen overgangsklachten

Sommige vrouwen gebruiken medicijnen om overgangsklachten te verminderen. Deze hormoonpillen bevatten oestrogeen en soms ook progesteron. De kans op borstkanker neemt toe bij langdurig gebruik van de hormoonpreparaten.

Dit verhoogde risico neemt af als gestopt wordt met de hormoonpillen. 5 jaar na het stoppen is het risico op borstkanker niet meer verhoogd.

Hormoonpillen die bij een ivf-behandeling worden toegediend geven geen verhoogd risico op borstkanker.

Vrouwen die eerder hormoongevoelige borstkanker hebben gehad, wordt afgeraden hormoonpillen te slikken tegen overgangsklachten. Dit om de terugkeer op borstkanker te verkleinen.

DES-moeder tussen de 45 en 65 jaar

DES-moeders zijn vrouwen die in hun zwangerschap het DES-medicijn hebben gebruikt. Dit medicijn werd tussen 1947 en 1976 voorgeschreven aan zwangere vrouwen met een risico op een miskraam. DES had als doel een miskraam te voorkomen.

DES is een hormoon dat lijkt op oestrogeen. DES-moeders tussen de 45 en 65 jaar oud hebben een verhoogd risico op borstkanker.

Het is nog niet duidelijk of DES-dochters (vrouwen die zijn geboren uit een zwangerschap waarin de moeder DES heeft gebruikt) ook een verhoogd risico hebben op borstkanker.

Over deze pagina

De informatie in de bibliotheek is getoetst door medisch specialisten en andere deskundigen.

Laatste update: april 2018

Dit artikel is geschreven door kanker.nl.

Met medewerking van

Borstkankervereniging Nederland, Smit, T. (verpleegkundig specialist), Drs. Felderhof, J. (radiotherapeut)