Nieuwe ontwikkelingen

Nieuwe ontwikkelingen bij borstkanker

Opslaan

Het onderzoek rond borstkanker richt zich op het verder verbeteren van de vroege ontdekking met onder andere MRI-mammografie. Ook zoeken artsen naar manieren om te voorspellen welke patiënten het meeste baat hebben bij aanvullende chemotherapie.

Veel onderzoek richt zich op het verbeteren van de behandelingen. Zo onderzoeken artsen bij welke patiënten bestraling een operatie kan vervangen. En wanneer aanvullende bestraling zin heeft. Artsen onderzoeken bij hormonale therapie de waarde van een behandeling met antihormonen die langer dan 5 jaar duurt.

Onderzoek richt zich verder met name op het ontwikkelen en toepassen van doelgerichte medicijnen. Medicijnen die met minder bijwerkingen specifieke eigenschappen van borstkankercellen kunnen blokkeren. Bijvoorbeeld de bloedvatvorming.

Beweging tijdens chemotherapie

Al een aantal jaren wordt in meerdere ziekenhuizen tijdens de chemotherapie bewegingstherapie aangeboden. De bedoeling was om bijwerkingen te verminderen. In het Antoni van Leeuwenhoek is nu een onderzoek hiernaar afgerond. Daaruit blijkt dat vrouwen met borstkanker die een bewegingsprogramma volgden tijdens de chemotherapie, minder last hadden van vermoeidheid, conditieverlies, misselijkheid en pijnklachten in vergelijking met vrouwen die geen bewegingsprogramma volgden. 

Bij slechts 12% van de vrouwen die het bewegingsprogramma volgde, hoefde de dosering van de chemotherapie aangepast te worden. In de groep die geen bewegingsprogramma volgde, moest de dosering bij 34% van de vrouwen aangepast worden. De onderzoekers zien de uitkomsten als een aanwijzing dat bewegingsprogramma’s het ondergaan van een chemotherapie draaglijker kunnen maken, zowel de intensieve als de laag-intensieve. Er is nog geen conclusie te trekken of bewegingstherapie ook gevolgen heeft voor de effectiviteit van de chemotherapie.

Over deze pagina

De informatie in de bibliotheek is getoetst door medisch specialisten en andere deskundigen.

Laatste update: februari 2013

Dit artikel is geschreven door KWF Kankerbestrijding.