Bestraling (inwendig) bij baarmoederkanker

Deze informatie is gecontroleerd door deskundigen.

Naar colofon

Opslaan

Bestraling kan bij baarmoederkanker een genezende, aanvullende, ziekteremmende of klachtenverminderende behandeling zijn.

Je krijgt de bestraling meestal aanvullend op een operatie: als er een kans is dat er na de operatie kankercellen zijn achtergebleven.

Een vrouw krijgt zelden bestraling zonder een operatie. Dat gebeurt alleen als een operatie niet goed mogelijk is. Bijvoorbeeld als de kanker te ver is uitgebreid. Of doordat een vrouw de operatie niet aankan vanwege de gezondheid.

Je kunt inwendig of uitwendig bestraald worden. Je kunt ook een combinatie van deze behandelingen krijgen. Het advies van de arts hangt af van het stadium en de gradering van de kanker:

  • Vrouwen met een stadium 1,  maar met een risico op terugkeer van de ziekte krijgen inwendige bestraling 
  • Vrouwen met een stadium 1  maar met een agressiever type tumor en vrouwen met stadium 2 of 3 krijgen uitwendige bestraling
  • Vrouwen met een stadium 2 of 3 met doorgroei in de baarmoederhals krijgen soms naast de uitwendige bestraling ook inwendige bestraling

Hoe werkt inwendige bestraling?

Bestraling (radiotherapie) is de behandeling van kanker met straling. Het doel van de behandeling is om kankercellen te vernietigen en tegelijk het gezonde weefsel zo veel mogelijk te sparen. Alleen het deel van het lichaam waar de tumor zit, wordt bestraald. Het is dus een plaatselijke behandeling.

Bij inwendige bestraling krijgt het gebied waar de tumor zit van binnenuit bestraling. De arts plaatst een vorm van radioactief materiaal in het lichaam, dichtbij de tumor. Een andere naam voor inwendige bestraling is brachytherapie.

Inwendige bestraling bij baarmoederkanker

De arts plaatst radioactief materiaal in het bovenste deel van de vagina tegen het litteken van de operatie. Hiervoor brengt de arts een bronhouder in. Dit is een hol buisje in de vorm van een cilinder. Soms heeft het ook een ringvorm. U krijgt voor het inbrengen van de bronhouders geen plaatselijke verdoving of narcose. Meestal brengt de arts een verzachtende gel in.

Tijdens de bestraling verblijft u kort in een kamer met speciale voorzieningen om anderen te beschermen tegen de straling. Daar sluit de arts de bronhouders in het lichaam aan op een afterloading apparaat. In dit apparaat is de radioactieve bron opgeborgen. De bestralingsarts berekent nauwkeurig hoeveel straling u nodig heeft. Met deze gegevens wordt het afterloading apparaat ingesteld. De bestraling gaat verder automatisch en duurt ongeveer 10 tot 20 minuten.
Is de bestraling klaar, dan koppelt de arts het afterloading apparaat los en verwijdert hij de bronhouders. U bent daarna vrij van straling.

U krijgt meestal 3 keer een inwendige bestraling, maar het kan variëren tussen 2 en 6 keer.

Heel soms krijgt u een combinatie van inwendige met uitwendige bestraling, dit komt niet vaak voor bij baarmoederkanker.

Bijwerkingen inwendige bestraling

Veel vrouwen hebben geen last van bijwerkingen. Maar je kunt bij inwendige bestraling last krijgen van:

  • gevoeligheid bij het plassen: dit duurt meestal een dag, soms een paar dagen
  • soms kortdurend vaginale afscheiding of licht bloedverlies
  • soms kortdurend vaker aandrang om te poepen
  • na enkele weken kan het slijmvlies van de vagina wat droger en soms ook stugger worden. Meestal merk je hier niets van. Zo nodig kun je bij gemeenschap een glijmiddel gebruiken.

Krijg je de inwendige bestraling tijdens of kort na een uitwendige bestraling? Dan kun je ook last hebben van de bijwerkingen van de uitwendige bestraling. Door de combinatiebehandeling heb je meer last van droogheid en stugheid van de vagina. Ook kan een vernauwing van de vagina ontstaan. Om dit te voorkomen kun je het beste pelottes gebruiken.

Pelottes

Vooral een combinatie van inwendige en uitwendige bestraling kan leiden tot verkleving en littekenweefsel in de top van de vagina. In de loop van de tijd kan de vagina hierdoor nauwer, korter en minder elastisch worden. Hierdoor is seksuele gemeenschap (penetratie) lastig of zelfs niet meer mogelijk.

Je kunt de vernauwing van de vagina zoveel mogelijk voorkomen door pelottes te gebruiken. Pelottes zijn holle staafjes van kunststof die je in de vagina inbrengt. De pelottes zijn er in verschillende lengtes en diktes. Door regelmatig pelottes in te brengen, houd je de vagina soepel en ga je verkleving en vorming van littekenweefsel tegen.

Door het gebruik van de pelottes in het eerste jaar na de behandeling:

  • blijft gemeenschap mogelijk
  • voorkom je zoveel mogelijk pijn bij gemeenschap
  • kan de arts de vagina beter onderzoeken tijdens controle

Colofon

Met medewerking van:

Prof. dr. Carien Creutzberg

Radiotherapeut, LUMC

Prof. dr. Roy Kruitwagen

Gynaecoloog, Maastricht UMC+

Gemaakt door KWF Kankerbestrijding, de redactie van kanker.nl

Laatste update: mei 2016