Spraakproblemen

Spraakproblemen kunnen ontstaan als gevolge van kanker in uw mondgebied of hersenen. Wanneer de kanker zich bevindt in uw mondholte, bijvoorbeeld in uw tong of gehemelte, heeft dit grote consequenties voor het spreken. Praten is moeilijker als u het gevoel in lippen, tong en kaak verliest en deze moeilijker kunt bewegen. U bent daardoor minder goed verstaanbaar. Wanneer de tumor wordt verwijderd, zorgt dit soms voor een verbetering van de verstaanbaarheid, de kanker zit nu immers niet meer in de weg. Wanneer er een te groot deel verwijderd moet worden, of het defect gedicht moet worden met weefsel uit een ander deel van uw lichaam, is er vaak sprake van blijvende spraakproblemen. Ook bestraling zorgt vaak voor een verminderde verstaanbaarheid, doordat de tong minder soepel is en trager beweegt. Wanneer de kanker zich bevindt in uw hersenen, kunnen spraakproblemen ontstaan doordat de spieren die verantwoordelijk zijn voor het spreken niet meer goed worden aangestuurd door de hersenen (dysartrie). Wanneer deze tumor wordt verwijderd of bestraald, kan het zijn dat de spraakproblemen (tijdelijk) minder ernstig worden of verdwijnen. Oefeningen om de beweeglijkheid van de lippen, tong en kaak te verbeteren worden vaak ingezet om ervoor te zorgen dat de spraakverstaanbaarheid verbetert.

4 resultaten gekoppeld aan dit onderwerp: