Wat kunt u doen

Wat kunt u zelf doen bij chronische vermoeidheid?

Opslaan

Tips hoe om te gaan met vermoeidheid

  • Leer de vermoeidheid en de beperkingen te accepteren op het moment dat u er last van heeft. 
  • Accepteer het verschil tussen wat u wilt en kunt.
  • Onderzoek wat uw grenzen zijn en probeer daar niet overheen te gaan. 
  • Blijf trouw aan uzelf: doe wat goed voor u is, en niet in eerste instantie voor anderen. 
  • Wees assertief: kom voor uzelf op. Durf 'nee' te zeggen tegen anderen. Dat is niet altijd makkelijk, maar soms wel nodig. 
  • Leg niet voortdurend verantwoording af. Houd op met uitleggen als blijkt dat mensen niet (willen) luisteren. Het is vooral belangrijk dat naasten, zoals uw partner, gezin of goede vrienden weten dat u nog last hebt van vermoeidheid. 
  • Blijf in contact met anderen. En probeer ook over andere onderwerpen te praten dan uw vermoeidheid of kanker.

Wat kunt u doen om uw vermoeidheid te verminderen?

  • Zorg voor een regelmatig slaap-waakritme. Misschien was u tijdens de behandeling gewend aan extra slaap. Probeer dat toch weer af te bouwen. 
  • Zorg voor een goede verdeling van activiteiten over de dag en over de week. 
  • Bouw rustpunten in. Zet de deurbel af en zet de telefoon op stil. \Wissel lichamelijke en geestelijke activiteiten af. Doe dit ook met makkelijke en moeilijke activiteiten. Plan niet te veel activiteiten op één dag.
  • Bepaal zelf uw prioriteiten. Laat dat niet aan anderen over.
  • Probeer dingen uit. Zo leert u uw grenzen kennen. Ga door als u normaal gesproken zou rusten. Ervaar wat er dan gebeurt. Rust ook eens uit midden in een activiteit.
  • Zorg elke dag voor tenminste 1 uur lichaamsbeweging
  • Eet goed en gezond. Zorg voor een goede leefstijl. Meer informatie over gezond eten vindt u op de website van het Voedingscentrum of op voedingenkankerinfo.nl

Probeer uw leven weer op te pakken. Dit geldt voor uw werk en huishouden, maar ook voor sociale contacten. U bepaalt zelf wat het goede moment en snelheid daarvoor is. Houd er rekening mee dat er een overgangsperiode nodig is. Het is belangrijk dat u weer in uw regelmatige ritme komt.

Werk

Op uw werk kunt u misschien steun vinden bij uw werkgever. Deze kan u bijvoorbeeld tegemoet komen door u flexibele werktijden te geven, u een deel van uw werk thuis te laten doen of u tijdelijk andere (lichtere) werkzaamheden te geven.

U kunt ook overleggen met de arbodienst. Samen met de arbo-arts of arbeidsdeskundige kunt u kijken wat u nog wel en niet kan. En hoe u weer kunt opbouwen.

In overleg met uw leidinggevende kunt u collega’s en andere contacten informeren over uw vermoeidheid: wat is er precies aan de hand, wat kan er wel en niet, kortom wat kunnen ze van u verwachten? Dit kunt u bijvoorbeeld per mail doen. Ook als u nog niet goed weet wat u wel of niet aankan, kunt u dit laten weten.

Over deze pagina

De informatie in de bibliotheek is getoetst door medisch specialisten en andere deskundigen.

Laatste update: september 2017

Dit artikel is geschreven door KWF Kankerbestrijding, kanker.nl.

Met medewerking van

Drs. Abrahams, H. (overige deskundige), Dr. Brouwer-Dudok de Wit, A.C. (klinisch psycholoog), IJsseldijk, G. van (ervaringsdeskundige), Prof. dr. Knoop, J.A. (klinisch psycholoog), Prof. dr. Prins, J.B. (klinisch psycholoog)