Mijn verhaal (13) – Een arts uit duizenden

Op vrijdag ga ik weer naar het ziekenhuis. Deze keer voor de leverecho. Terwijl ik me op de tafel hijs, vraag ik aan degene die me helpt of ze tijdens de echo al kunnen zeggen wat ze zien, of dat ik moet wachten tot de arts maandag belt. Ik leg ook uit waarom. Dat het vermoeden bestaat dat er uitzaaiingen zijn van de carcinoïd. Volgens haar lijkt dat – op basis van de scan – niet zo te zijn. Ik voel een kleine vlaag van opluchting, die ook meteen weer verdwijnt, als ze aankondigt dat ze de arts gaat halen. Geen idee wat haar functie is, maar ik denk niet dat diagnoses binnen haar takenpakket vallen.

Degene die de echo afneemt, zoekt in stilte. Ik vraag haar uiteindelijk maar wat ze nu ziet. Ze antwoordt dat ze twee normale cystes ziet. En een ander heel klein vlekje, maar de vlek die eerder ook op de CT scan van juli te zien was, moet ze nog zoeken. Of ik even op mijn zij wil draaien. Dat doe ik, met de nodige pijn. Ze zit met haar neus bovenop het verse litteken van de operatie, dus ik denk niet dat ze toelichting nodig heeft over het ongemak van deze houding. Uiteindelijk vindt ze de tweede vlek.

Resultaat van de echo: twee cystes, een al bekende vlek en een (nieuw?) vlekje. Maar wat die vlekken zijn, weet ze niet. “Dat kunnen we eigenlijk alleen met zekerheid van cystes zeggen.” Ze gaat met de nucleair geneeskundige en de longarts overleggen welk aanvullend onderzoek er nodig is. “Waarom ben ik dan in vredesnaam hierheen gestuurd?” vraag ik me in stilte af. Wáárom, als van te voren al duidelijk was dat ze de vlek(ken) met een echo toch niet kunnen duiden?

Terwijl ik op weg naar de uitgang van het ziekenhuis mijn verhaal doe tegen mijn moeder, begin ik te huilen. Niet zozeer uit angst, dan wel uit frustratie. Ik weet dus nu al dat ik voorlopig geen duidelijkheid heb en die onzekerheid is dodelijk vermoeiend. In plaats van blij te kunnen zijn met de positieve uitslag van de operatie en bezig te zijn met herstel, word ik terug gezogen in een draaikolk van gedachten en emoties.

Dat ik niet de enige ben die zich ermee bezig houdt, blijkt zaterdagavond. Dochter is een weekend weg met een vriendin en haar ouders en heeft eigenlijk heel laconiek op de nieuwe onderzoeken gereageerd. Maar zo rond 23:30 komt er opeens een appje binnen. Gevolgd door een hele stortvloed. Weet ik nou maandag zeker of alles goed is? En zo niet, wanneer wel? En wat voor onderzoeken moeten er dan nog gebeuren? En wanneer gaan ze die doen? En wanneer is alles wél klaar? En als ze wat vinden, wat gaat er dan gebeuren? Stuk voor stuk vragen, waarop ik het antwoord niet weet. Dat zij zich blijkbaar meer zorgen maakt dan ik wist, doet pijn.

Die maandag begin ik met een paar uur thuiswerken. Redigeren van wat simpele teksten. Niet omdat het moet, maar omdat ik wil kijken hoe het gaat. Ik heb het concentratievermogen van een goudvis en lang in één houding zitten doet pijn. Na twee uur geef ik het op. Ondertussen heb ik voor mezelf besloten dat ik een Dotatoc scan wil; een scan die er speciaal op is gericht om cellen van dit soort tumoren op te sporen. In mijn hoofd bereid ik het gesprek voor, maar de arts komt daar die middag zelf al mee. Alles duurt te lang en hij wil dat ik binnen een week een scan krijg.

Dat klinkt hoopvol. Wanneer ik echter in de middag online naar mijn afspraken kijk, is de scan gepland op 30 september, 2,5 week later. De uitslag volgt dan 5 oktober. Ik breek. Rationeel weet ik dat het nergens op slaat, maar gevoelsmatig lijken die drie extra weken onzekerheid onoverkomelijk.
De volgende ochtend bel ik de verpleegkundig specialist. Zij neemt op haar beurt contact op met de arts, die het gelukkig ook eerder blijkt te willen. Met zijn hulp worden de test én uitslag vervroegd, waardoor ik nog maar een week hoef te wachten. Dat is te overzien.
Ik bof wel heel erg met deze arts. Het is er één uit duizenden. Ik denk dat er maar weinig zijn die zich zó inzetten voor hun patiënten. Jammer dat hij niet het vermogen heeft om de uitslag te beïnvloeden. 
 

Zie ook: https://www.hoevrouwendenken.nl/2020/09/16/mijn-verhaal-13-een-arts-uit…

2 reacties

17 september 2020 om 10.19

Redigeren, ik dacht al dat je iets met taal zou hebben 😊

Ik heb twintig jaar een tekstbureau gehad, redactie en correctie. Ik was dat al aan het afbouwen vanwege 'deeltijdpensioen' en kon gelukkig helemaal stoppen toen ik mijn diagnose kreeg. De broodnodige scherpte en concentratie waren compleet verdwenen. Door de ziekte, stress, medicatie, de hersenmetastase of wat dan ook. Een chemobrein kun je ook zonder chemo krijgen. 

Sterkte maar weer! Marian

Laatst bewerkt: 17/09/2020 - 10:19

Ik ben communicatieadviseur en wás redactielid bij Hoevrouwendenken. Door allerlei zaken die privé speelden, extreme drukte op mijn werk en de steeds rottere reacties in het algemeen van mensen op social media , ben ik daarmee eerder dit jaar gestopt.

Maar schrijven is voor mij toch een soort therapie... dus toen dit allemaal begon kon ik het niet laten weer te gaan schrijven. Eerst eigenlijk alleen voor mezelf en later heb ik toch besloten het te willen delen; misschien hebben anderen er dan ook wat aan. 

Laatst bewerkt: 20/09/2020 - 14:09