Dankbaar

Ik heb al meer geschreven over mijn gevoelens, maar het gevoel dat op dit moment alles overheerst is dankbaarheid. Omdat ik nu weet dat gezondheid niet vanzelfsprekend is, waardeer ik juist de normale dingen zo veel meer dan voorheen. Natuurlijk is ook het gewone leven ook niet altijd leuk, maar tegen het licht van kanker kan ik veel bewuster van dingen genieten.

Vandaag nog, heb ik al dansend met mijn dochter de keuken staan poetsen. En dan barst ik zowat uit mijn vel van geluk. Omdat het vorig jaar niet lukte, maar nu wel. Natuurlijk ben ik dankbaar voor mijn gezondheid, dat Femke gezond is, en de balans in ons gezin weer terug is. Maar ik ben ook dankbaar voor de mensen om ons heen, die ons in het afgelopen jaar hebben gesteund.

De buren uit de straat, die we op dat moment nog niet eens zo goed kenden, waren stuk voor stuk lief en betrokken toen ze hoorden wat er speelde. We kregen bloemen en kaartjes, en hadden lieve gesprekken op straat. Toen Femke geboren werd, kwam ik thuis uit het ziekenhuis in een geweldig roze-versierde voortuin. Van alle kanten hoorden we: “als je hulp nodig hebt…” Gelukkig is dat nooit nodig geweest, maar ik ben heel blij om in zo’n fijne straat te wonen.

Een oud-collega was tegelijk met mij zwanger. Dat schepte een band, en we konden heerlijk samen over onze kwaaltjes zeuren. Uiteindelijk zijn onze dochters twee dagen na elkaar geboren. Lekker samen zeuren doen we nu nog steeds, met onze baby’s naast elkaar in de box. Femke heeft een nieuw vriendinnetje, en ik ook!

Mijn zeven lieve vriendinnen, die ik al sinds de middelbare school ken, waren dit jaar extra lief. We gaan in het voorjaar altijd een weekendje weg. Dat was net nadat ik kaal was geworden, en ik vond het best spannend om voor het eerst met mijn mutsje de wereld in te gaan. Het bleek een non-issue. Tijdens dat weekend heb ik mijn mutsje niet eens de hele tijd op gehad. Ik kon bij hen gewoon mezelf zijn, met of zonder haar. En het was zo fijn dat de gesprekken ook niet de hele tijd over mezelf gingen. Natuurlijk was ik veel aan het praten, maar zij hadden ook interessante dingen in hun levens, en daar wilde ik ook alles van weten. Ik zal heus niet altijd de meest attente vriendin geweest zijn, maar dat hebben ze me nooit kwalijk genomen.
Van hen hebben we wel hulp gekregen, onder andere toen ik geen energie meer had om te tuinieren. De een kwam langs op mijn dip-dagen, gewoon om even te knuffelen. Een ander bracht op een bloedhete dag een doos vol ijsjes. Ik heb kraambezoek gehad toen ik nog in het ziekenhuis lag, en we hadden thee-middagen, gewoon om mijn gedachten te verzetten.
In de periode na mijn laatste chemo, heb ik voor hen allemaal kleine dromenvangers gemaakt, als bedankje dat ze me zo hebben gesteund. Van hen heb ik een prachtige ketting gekregen, omdat ze me zo dapper hebben gevonden.

Mijn schoonfamilie woont in Limburg, en vooral mijn schoonmoeder vond het vreselijk dat ze eigenlijk niets kon doen, totdat ze iets ontdekte: zelfs op mijn meest misselijke chemo-dip dagen, kon ik wel haar zelfgemaakte wafels eten! Iedere maand, als we ze zagen, kreeg ik weer een verse lading, die dan stukje bij beetje uit de diepvries kwam als ik niet kon eten. Toen het een keer niet lukte om elkaar te zien, kreeg ik zelfs een doos via de post. En zo ging ik naar iedere chemo met een zakje wafels in mijn tas. Heerlijk voor in de wachtkamer en in de auto terug naar huis.
Na de geboorte van Femke kreeg ik van haar een ketting met twee cirkels: een grote en een kleine, voor allebei mijn dochters. Maar natuurlijk zijn wafels en cadeautjes niet het belangrijkste. We hebben ook samen geknuffeld, gelachen en gehuild. Ik heb altijd al een goede band met mijn schoonfamilie gehad, maar na dit jaar voelen we nog meer respect en liefde voor elkaar.

Mijn ouders (en mijn broertje)… wat moet ik daar over zeggen? We kunnen niet zonder elkaar. Dat is altijd al zo geweest. Tenminste één (vaak twee) keer per week, zitten we bij elkaar op de koffie. Ze zijn onze vaste oppas geweest op chemo dagen. Woensdag was opa-en-oma-dag, en dan gingen ze met Noa naar de kinderboerderij, naar de speeltuin, een dagje met de trein… Allemaal dingen die ik zelf niet kon. Ze waren taxi van en naar het ziekenhuis. We zijn samen op vakantie geweest, waarbij ik een week lang met mijn voetjes omhoog mocht zitten. Ze hebben de babykamer geschilderd en behangen, en de meubels in elkaar gezet. Ze hebben de tuin netjes gehouden. Mijn moeder is een week lang komen huishouden toen bleek dat ik geen uitgestelde kraamhulp kreeg. Tussendoor is mijn vader geopereerd aan zijn prostaat, (ja, het was echt een kanker-jaar voor onze familie), en zijn ze zelf verhuisd. We hebben samen Sinterklaas en Kerst gevierd, en hebben heel hard huilend het oude jaar afgesloten op 31 december.
Het woord ‘dankjewel’ is niet groot genoeg voor alles wat zij voor ons hebben gedaan.

Hoewel ze het allebei (gelukkig) niet beseffen, hebben mijn dochters me ontzettend door het afgelopen jaar heen gesleept. Femke was altijd bij me, letterlijk. Zij was de reden waarom ik zo hard aan het vechten was. En voor Noa kwam ik iedere dag mijn bed uit. Want het maakte niet uit hoe ziek ik was, zij had haar moeder nodig. Ik heb me soms vreselijk schuldig gevoeld dat ik niet alles kon doen wat ik haar zo gunde. Geen uitstapjes, niet lekker samen op de grond met de Duplo spelen, niet wandelen of fietsen, niet samen in een badje in de tuin. Inmiddels besef ik dat ik niet anders kon, en dat ik ook echt geen slechte moeder was. We lazen boekjes, hebben veel geknutseld en gekleid, en ook vooral veel doktertje gespeeld. Haar kijk op de wereld werkte voor mij heel relativerend. Ze vond mijn PICC lijn erg interessant: “Mag ik je buisjes zien? Doet het pijn?”. Ze vond het niet gek dat ik kaal werd: “Mama, je hebt geen haar, maar wel gewoon een hoofd.” En ze heeft heel hard met ons mee gejuicht toen ik schoon was.
En Femke… die heeft uiteindelijk gewoon mijn leven gered. Gelukkig weet ze dat niet, en hopelijk blijft ze de rest van haar leven zo onbezorgd.

Maar helemaal boven aan de lijst staat hij. Mijn man. Mijn rots. Mijn zekerheid. We zijn inmiddels zeven jaar getrouwd, en ons huwelijk is niet heel spectaculair. Ik denk dat het woord ‘stabiel’ het beste bij ons past. En liefdevol, en gelukkig, en (zoals we dit jaar hebben ontdekt) ijzersterk.
Want je kunt het niet van tevoren bedenken, als je een verliefde student bent, dat je op je dertigste een succesvol bedrijf aan huis hebt, twee kinderen, twee katten, een mooi huis en dikke auto, en een vrouw met kanker. Maar je hebt het toch. En je werkt meer dan fulltime, en je gaat mee naar alle ziekenhuis afspraken, en je bent de allerliefste vader voor je kinderen, en we huilen soms, en lachen veel, en je bent er gewoon. Altijd.

2 reacties