Onderzoek en diagnose bij Lynch-syndroom

Opslaan

Heb je voor je 70e dikkedarmkanker of baarmoederkanker gekregen, maar is er in je familie (nog) geen geschiedenis van het Lynch-syndroom? Dan wordt een stukje van de tumor met weefselonderzoek getest op een mutatie in 1 van de 4 Lynch-genen.

Onderzoek door de klinisch geneticus

Wordt er een afwijking van de Lynch-genen in het tumorweefsel gevonden? Dan krijg je een verwijzing naar de klinisch geneticus. Deze bekijkt met erfelijkheidsonderzoek of je een genetische aanleg voor het Lynch-syndroom hebt.

Hiervoor zijn 2 methodes:

  • Stamboomonderzoek: hiermee wordt het voorkomen van bepaalde kankersoorten in je familie in kaart gebracht
  • DNA-onderzoek: hiermee wordt een mutatie in 1 van de 4 Lynch-genen vastgesteld

Word je direct naar de klinisch geneticus verwezen? Dan zal hij eerst stamboomonderzoek doen. Op basis daarvan bekijkt de klinisch geneticus of aanvullend onderzoek nodig is. Dit is eerst weefselonderzoek. Als hierbij een afwijking wordt gevonden, kun je nog DNA-onderzoek krijgen.

Advies van je arts over voorzorgsmaatregelen

Op basis van de uitslag van de onderzoeken kan de arts aangeven welke voorzorgsmaatregelen je kunt nemen om het risico op dikkedarmkanker zo veel mogelijk te beperken. Dat geldt ook voor andere kankersoorten die kunnen voorkomen bij het Lynch-syndroom.

Over deze pagina

De informatie in de bibliotheek is getoetst door medisch specialisten en andere deskundigen.

Laatste update: juli 2016

Dit artikel is geschreven door KWF Kankerbestrijding, kanker.nl, Lynch Polyposis.

Met medewerking van

Drs. Hest, L.P. van (klinisch geneticus), Dr. Leerdam, M.E. van (MDL-arts), Dr. Seppen, J. (ervaringsdeskundige)