Doorgeven van erfelijke aanleg

Deze informatie is gecontroleerd door deskundigen.

Naar colofon

Opslaan

Erfelijke aanleg voor kanker kan van ouder op kind worden doorgegeven. Een ander woord voor doorgeven is overerven. Bij erfelijke aanleg gaat het om het doorgeven van een verandering in het erfelijk materiaal (DNA).

Overerving kan op verschillende manieren plaatsvinden. Dit is afhankelijk van de plek van het gen op het DNA en de functie of eigenschap van het gen. Een gen is een stukje erfelijke informatie.

Lees meer over DNA en mutaties.

Wel of niet afhankelijk van geslacht

De mutatie kan in een gen zitten dat alleen aan een dochter wordt doorgegeven, of juist alleen aan een zoon. Dit heet geslachtsgebonden overerving. De mutatie zit dan op één van de chromosomen die het geslacht van het kind bepalen: het X-chromosoom of het Y-chromosoom.

Alle andere chromosomen zijn voor zonen en dochters gelijk. Deze chromosomen heten autosomen. Ligt een gen op een autosoom, dan is de overerving ervan autosomaal.

Autosomaal betekent dat bij overerving het geslacht geen rol speelt. Zowel mannen als vrouwen kunnen de aanleg doorgeven aan hun kinderen.  Zonen en dochters hebben evenveel kans om de aanleg te erven. Erfelijke aanleg voor kanker is bijna altijd autosomaal.

Dominant of recessief

Van ieder gen zijn er 2 kopieën: op ieder chromosoom van een chromosomenpaar ligt er 1. Een kind krijgt van elk paar chromosomen de ene helft van de vader en de andere helft van de moeder. Een mutatie kan in 1 kopie van het gen voorkomen, of in beide kopieën.

Is een mutatie in 1 kopie van het gen voldoende voor een erfelijke aanleg voor kanker? Dan heet dit dominante overerving. De erfelijke aanleg is dan van 1 van de ouders doorgegeven aan het kind. Erfelijke aanleg voor kanker heeft meestal een dominant patroon.

Is een mutatie in beide kopieën van het gen nodig voor een erfelijke aanleg voor kanker? Dan heet dit recessieve overerving. Recessief betekent onderdrukt; het tegenovergestelde van dominant. Beide ouders hebben een mutatie in hetzelfde gen doorgegeven aan het kind.

Aanleg geërfd

Heb je een erfelijke aanleg voor kanker? Dat betekent niet dat je automatisch kanker krijgt. Behalve de erfelijke aanleg zijn er meestal ook spontane mutaties nodig om de kanker te laten ontstaan.

Lees meer over erfelijkheidsonderzoek.

Aanleg doorgeven

Heb je een erfelijke aanleg in een autosomaal dominant patroon? Dan heb je 50% kans om de erfelijke aanleg door te geven aan je kind. In de geslachtscellen (ei- of zaadcellen) zit namelijk van ieder chromosomenpaar precies de helft. Bij de bevruchting versmelt de helft van je DNA met de helft van het DNA van de andere ouder van het kind.

Heb je een erfelijke aanleg in een autosomaal recessief patroon? Dan geef je de aanleg altijd door aan je kind. Maar je kind zal de ziekte alleen krijgen als het van de andere ouder ook een erfelijke aanleg in hetzelfde gen heeft gekregen. De mutatie moet immers op beide kopieën van het gen zitten.

Lees meer over kinderwens en erfelijke aanleg.

Generatie overslaan

Iemand met erfelijke aanleg voor kanker in een autosomaal dominant patroon hoeft niet per se kanker te krijgen. Als bijvoorbeeld opa, dochter en kleindochter alle drie de erfelijke aanleg hebben, is het mogelijk dat alleen opa en kleindochter kanker krijgen.

Dan lijkt het alsof de erfelijke aanleg de generatie van de dochter heeft overgeslagen. Maar het aangeboren verhoogde risico was ook bij de dochter aanwezig, maar zij heeft geen kanker gekregen.

Colofon

Met medewerking van:

Drs. Beike Leegte

Genetisch consulent, UMCG

Drs. Judith Prins-Cornelisse

Verpleegkundig specialist klinische genetica, Erasmus MC

Gemaakt door de redactie van kanker.nl

Laatste update: augustus 2017