Erfelijke aanleg voor borstkanker, eierstokkanker of prostaatkanker

Deze informatie is gecontroleerd door deskundigen.

Naar colofon

Opslaan

Soms ontstaat borstkanker, eierstokkanker of prostaatkanker door een erfelijke aanleg. Dat komt door een afwijking in een gen, bijvoorbeeld in het CHEK2-gen, het BRCA1-gen of in het BRCA2-gen. Erfelijke aanleg betekent ook dat je het kunt doorgeven aan je kinderen.

Op deze pagina lees je uitleg over erfelijke borst- en eierstokkanker:

Wil je weten of je een erfelijke aanleg hebt voor borst- en/of eierstokkanker? Bijvoorbeeld omdat het vaak voorkomt in jouw familie? Lees dan deze informatie:

Weet je al dat je erfelijke aanleg hebt voor borst- en/of eierstokkanker? Lees dan deze informatie:

Wat betekent ‘erfelijke aanleg’?

Verreweg de meeste vrouwen met borstkanker en/of eierstokkanker en mannen met borstkanker of prostaatkanker krijgen de kanker zonder dat er een duidelijke oorzaak is. Bij een klein deel komt dat door erfelijke aanleg.

Erfelijke aanleg betekent: een grotere kans om een ziekte te krijgen omdat je vader en/of moeder die erfelijke aanleg ook heeft. De aanleg heb je al vanaf je geboorte, daar kun je dus niets aan doen. Binnen een familie hebben soms verschillende familieleden en generaties de erfelijke aanleg.

Hoe vaak krijgen mensen borstkanker of eierstokkanker door een erfelijke aanleg?

Hoeveel vrouwen precies borstkanker en/of eierstokkanker krijgen door erfelijke aanleg is niet bekend. Men denkt dat ongeveer 5 tot 10% van de vrouwen met borstkanker de ziekte krijgt door een erfelijke aanleg. Bij eierstokkanker denken we dat het ruim 10% is.

Wat is de oorzaak van erfelijke aanleg voor borstkanker en eierstokkanker?

Bij een erfelijke aanleg zit er een afwijking in een bepaald gen. Een gen is een stukje DNA. Die afwijking in het gen maakt de kans op kanker groter.

Bijna altijd heeft een van je ouders de afwijking aan je doorgegeven. Soms ontstaat zo’n afwijking bij jou. Dan heb je die niet van je ouders geërfd, maar kun je die wel doorgeven aan je kinderen.

En jij kunt hem doorgeven aan je kinderen. De kans hierop is 50%. Lees verder over het doorgeven van erfelijke aanleg.

Meestal is de oorzaak van erfelijke aanleg voor borstkanker en eierstokkanker een afwijking in het BRCA1-gen of het BRCA2-gen.

Ook afwijkingen in andere genen kunnen de oorzaak zijn van de erfelijke aanleg. Bijvoorbeeld in een van deze genen: ATM, BRIP1, CHEK2, CDH1, PALB2RAD51C- en RAD51D.

Mensen met deze aandoeningen hebben ook een groter risico op borstkanker en/of eierstokkanker:

Veel borstkanker in de familie, maar geen erfelijke aanleg: familiaire borstkanker

Soms ziet de arts een patroon voor erfelijke aanleg in je familie. En toch wordt er bij het DNA-onderzoek geen afwijking in een gen gevonden. Het is dan niet duidelijk in welk gen de afwijking zit die de oorzaak is voor de erfelijke aanleg. Je hebt dan geen erfelijke aanleg, maar artsen noemen het dan ‘familiaire borstkanker’. Lees verder over familiaire kanker.

Mannen en een erfelijke aanleg voor borstkanker en eierstokkanker

Ook mannen kunnen een afwijking in een gen hebben dat zorgt voor erfelijke aanleg voor borstkanker en voor eierstokkanker. Ze hebben dan een grotere kans op borstkanker. En ook op prostaatkanker en alvleesklierkanker.

Mannen met zo’n genafwijking kunnen de erfelijke aanleg voor borst- en eierstokkanker dus ook doorgeven aan hun kinderen. De kans hierop is 50%. Het maakt niet uit of het kind een jongen of een meisje is, het risico is voor hen allebei even groot.

Als je als man borstkanker hebt, is dat altijd een reden om te onderzoeken of er erfelijke aanleg is. Je arts verwijst je daarvoor naar een klinisch geneticus. Lees verder over borstkanker bij mannen.

Heb ik borstkanker en/of eierstokkanker gekregen door een erfelijke aanleg?

Borstkanker komt vaak voor. Ongeveer 1 op de 7 vrouwen in Nederland krijgt borstkanker. Zijn er twee vrouwen met borstkanker in de familie? Dan is dit vaak toeval. Het betekent dus meestal niet dat het om erfelijke aanleg gaat. Ook eierstokkanker ontstaat veel vaker door toeval dan door een erfelijke aanleg.

Mogelijke aanwijzingen voor erfelijke aanleg voor borstkanker, eierstokkanker of prostaatkanker:

Soms zijn er aanwijzingen dat een erfelijke aanleg misschien de oorzaak van de kanker is. Enkele signalen die kunnen wijzen op een erfelijke aanleg door een afwijking in een BRCA-gen:

  • Je hebt borstkanker gekregen voor je 40e.
  • Je hebt borstkanker in beide borsten. En je kreeg de eerste diagnose voor je 50e.
  • Je hebt borstkanker met 2 of meer tumoren in die borst. En je kreeg de eerste diagnose voor je 50e.
  • Je hebt eierstokkanker. Leeftijd maakt niet uit.
  • Je bent een man met borstkanker. Leeftijd maakt niet uit.

De volledige lijst vind je op kankerindefamilie.nl.

Herken je hiervan iets bij jezelf? Bespreek dit dan met je arts. Hij of zij kan je dan verwijzen naar een klinisch geneticus: een erfelijkheidsarts. Misschien kom je in aanmerking voor erfelijkheidsonderzoek.

Onderzoek naar erfelijke aanleg voor borstkanker en eierstokkanker

Om te onderzoeken of je erfelijke aanleg hebt, kan de klinisch geneticus erfelijkheidsonderzoek doen. Dit onderzoek bestaat uit stamboomonderzoek en DNA-onderzoek. De klinisch geneticus bespreekt met je of dit onderzoek in jouw situatie zinvol is.

Het stamboomonderzoek is niet altijd nodig. Als al bekend is om welke afwijking (mutatie) in het DNA het gaat, krijg je DNA-onderzoek.

Lees hoe erfelijkheidsonderzoek gaat.

Hoe groot is de kans op borstkanker en eierstokkanker door een erfelijke aanleg?

Erfelijke aanleg krijg je bijna altijd van je vader of van je moeder, ook als zij zelf nooit ziek zijn geworden. Door de afwijking is je kans op kanker groter, maar krijg je niet altijd kanker.

Hoe groot de kans is dat je ook echt borstkanker en/of eierstokkanker krijgt, hangt af van het gen waar de afwijking in zit. Bekijk het risico hieronder. Je arts bespreekt dit met je.

Het risico op borstkanker:

  • Afwijking in een van de genen BRCA1 en BRCA2: 60 tot 80%
  • Afwijking in het gen CHEK2: hoe groot het risico is, hangt af van hoe vaak borstkanker in de familie voorkomt
  • Afwijking in het gen PALB2: 30 tot 60%
  • Afwijking in het gen ATM: 20 tot 45%
  • Afwijking in het gen CDH1: ongeveer 40%

Het risico op eierstokkanker:

  • Afwijking in het gen BRCA1: 35 tot 45%
  • Afwijking in het gen BRCA2: 10 tot 20%

Kan ik de erfelijke aanleg doorgeven aan mijn kinderen?

De erfelijke aanleg voor borstkanker en eierstokkanker kun je doorgeven aan je kinderen. De kans hierop is 50%. Het maakt niet uit of je kind een jongen of een meisje is. Het risico is voor hen allebei even groot.

Heel soms is de kans op overerving bij borstkanker anders dan 50%. Is dat bij jou het geval? Dan kan de erfelijkheidsarts dat uitleggen.

Meer informatie en contact met lotgenoten

Voor mensen met een erfelijke aanleg voor borstkanker en/of eierstokkanker is er Stichting Erfelijke Kanker Nederland. Via deze stichting kun je in contact komen met lotgenoten.

Op de website van Stichting Erfelijke Kanker vind je ook meer informatie over hoe het verder gaat als bij jou een erfelijke aanleg voor borstkanker en/of eierstokkanker is gevonden. Zoals welke controle-onderzoeken er nodig zijn. Of een risico-verminderende operatie voor jou een optie is (eventueel met borstreconstructie) en wat je kunt doen als je een kinderwens hebt.

Colofon

Met medewerking van:

illustratie-arts-man

Dr. Edward Leter

Klinisch geneticus, Maastricht UMC+

logo vkgn

Vereniging van Klinische Genetica Nederland (VKGN)

Gemaakt door de redactie van kanker.nl

Laatste update: juli 2022