Longpunctie bij niet-kleincellige longkanker

Bevindt de longtumor zich dieper in de longen? Dan is het niet mogelijk met een bronchoscopie een stukje weefsel weg te nemen. Een longpunctie is dan het aangewezen onderzoek om uit de long wat tumorweefsel weg te nemen voor microscopisch onderzoek.

Verloop van het onderzoek

De arts bepaalt eerst de precieze plek van de longpunctie. Hiervoor zal hij met stift op uw borstkas tekenen. Ook wordt de huid van de borstkas plaatselijk verdoofd.

Daarna brengt de arts een naald in de longtumor. Met deze naald neemt de arts wat tumorweefsel weg. De patholoog onderzoekt het weefsel onder de microscoop.

De longpunctie gebeurt meestal tijdens een CT-scan. Door de CT-scan kan de arts de naald blijven volgen en zien waar hij precies het weefsel moet weghalen.

Na de longpunctie

Na het onderzoek moet u enige tijd in bed blijven, zodat het gaatje in de long weer dicht gaat. Dit duurt gemiddeld 4 uur. U hoest misschien een beetje bloed op, maar dat verdwijnt meestal vrij snel.

Soms lekt de long via het gaatje wat lucht. Hierdoor is het mogelijk dat de long inklapt. Dat heet een klaplong. Meestal herstelt de klaplong door verder rust te houden. Soms is een drain nodig om lucht en vloeistof uit de long af te voeren. Bij een klaplong mag u enige weken tot maanden niet vliegen.

Als u enige tijd heeft gerust, wordt nog een longfoto gemaakt. Ziet de arts hierop geen (grote) klaplong of bloeding in de long, dan mag u naar huis.