Uitzaaiingen

Er zijn solide en niet-solide tumoren. Het type tumor bepaalt hoe de ziekte zich door het lichaam kan verspreiden.

Uitzaaiingen bij solide tumoren

Kanker die ontstaat in een orgaan heet solide kanker. Solide betekent vast, hecht en stevig. Van een kwaadaardige, solide tumor kunnen cellen losraken. Die kankercellen kunnen via het bloed en/of de lymfe ergens anders in het lichaam terechtkomen. Ze kunnen zich daar hechten en uitgroeien tot gezwellen. Dit zijn uitzaaiingen. Een ander woord voor uitzaaiingen is metastasen. 

Verspreiding bij niet-solide tumoren

Niet-solide kanker ontstaat uit 1 cel op 1 plaats in het bloed, het lymfestelsel of het vloeibare deel van het beenmerg. Niet-solide betekent vloeibaar of los. Leukemie is een voorbeeld van een niet-solide tumor. Het bloedvaten- en lymfestelsel zijn transportsystemen in ons lichaam. Daardoor kan de ziekte zich snel naar andere plaatsen in het lichaam verspreiden. Bij niet-solide kanker spreken we niet van uitzaaiingen, maar van verspreiding.

De informatie hieronder gaat alleen over uitzaaiingen bij solide tumoren.

Veranderingen in het DNA

De kennis over het moment waarop kankercellen zich uit een tumor losmaken en gaan uitzaaien, is nog beperkt. Wel is bekend dat dit proces - net als het ontstaan van kanker - te maken heeft met veranderingen in het DNA van de kankercel. Deze veranderingen worden mutaties genoemd.

Het normale proces van hechting en loslating van cellen wordt door honderden genen gestuurd. Zijn er teveel mutaties in het DNA van de kankercel? Dan kan deze loslaten van de tumor.

Wetenschappers onderzoeken waarom de ene tumor eerder uitzaait dan de andere tumor. Bij sommige soorten kanker kunnen artsen door DNA-onderzoek voorspellen hoe groot de kans op uitzaaiingen is. De behandeling wordt hier op afgestemd.  

Verplaatsing

De kans dat een losgelaten kankercel het begin is van een uitzaaiing op een andere plek in het lichaam is vrij klein. Meer dan 99% van de tumorcellen gaat dood tijdens hun transport door de lymfe of het bloed. Eén van de redenen daarvoor is dat cellen niet zomaar op andere plaatsen kunnen leven en groeien dan in het weefsel waar zij vandaan komen. Om dat wel te kunnen moet de kankercel opnieuw allerlei DNA-veranderingen doormaken.

Hechten en delen

Afhankelijk van de route - via lymfe of bloed - en de eigenschappen van de tumor, kan een losgelaten kankercel een lymfeklier of een bepaald orgaan binnendringen.

Als zo'n kankercel zich daar vervolgens aan andere cellen hecht, kan de cel zich op die plek nestelen en na een tijdje weer gaan delen. Sommige kankercellen zijn goed in staat om binnen te dringen en op zo'n nieuwe plaats opnieuw uit te groeien, andere minder. Sommige kankercellen zijn daardoor kwaadaardiger dan andere.

Regionale uitzaaiingen

Meestal komen uitzaaiingen als eerste in de lymfeklier terecht die het dichtst bij de tumor ligt. We noemen dit regionale uitzaaiingen.

Uitzaaiingen op afstand

Via het bloed komen uitzaaiingen in andere organen en/of weefsel terecht, bijvoorbeeld de longen, lever, botten of huid. Dit noemen we uitzaaiingen op afstand.

Een kankercel kan op verschillende manieren in de bloedstroom terechtkomen. De tumor kan in een bloedvat ingroeien of een losgelaten kankercel kan door de wand van een bloedvat het bloed binnendringen.
 
Uitzaaiingen op afstand ontstaan meestal niet alleen. Er kunnen meerdere uitzaaiingen ontstaan in 1 orgaan/weefsel of in verschillende weefsels en organen in het lichaam. Het kan voorkomen dat iemand slechts 1 zo'n uitzaaiing heeft, maar meestal worden er dan binnen afzienbare tijd meerdere gevonden.
 
De plaatsen waarnaar bepaalde tumoren vaak uitzaaien, hebben deels te maken met lymfe- en bloedstromen tussen bepaalde delen van het lichaam.
 
Dikkedarmkanker, bijvoorbeeld, heeft de neiging om uit te zaaien naar de lever. Dat heeft te maken met de vele bloedvaten die vanuit de darmen naar de lever gaan.

Verspreidingspatronen

Hieronder staan enkele voorkeurslocaties per soort kanker genoemd. Dit wil niet zeggen dat hier geen uitzonderingen op zijn.

Uitzaaiingen via het lymfestelsel:
  • borstkanker: lymfeklieren in de oksel, achter het borstbeen, achter het sleutelbeen
  • dikkedarmkanker: lymfeklieren in de buikholte
  • longkanker: lymfeklieren rondom longen, in de borstholte, laag in de hals
  • prostaatkanker: lymfeklieren in de buikholte
  • melanoom: afhankelijk van de locatie van het melanoom: lymfeklieren in de oksel, hals, lies

Uitzaaiingen via het bloed:
  • borstkanker: botten, lever, longen, huid, hersenen
  • dikkedarmkanker: lever, buikvlies, longen
  • longkanker: botten, bijnieren, lever, hersenen, longen
  • prostaatkanker: botten, longen
  • melanoom: longen, lever, huid, hersenen

Klachten

In het begin geven uitzaaiingen meestal geen of weinig klachten. Wanneer uitzaaiingen groeien, drukken zij vaak op het omringende weefsel of groeien er in. Dit kan wel klachten geven. Welke klachten u kunt krijgen, is afhankelijk van de plaats van de uitzaaiing(en) en de uitgebreidheid ervan.

Voorbeelden van klachten
  • Uitzaaiingen in de botten kunnen pijn of botbreuken veroorzaken.
  • Uitgebreide uitzaaiingen in de lever kunnen een groter wordende lever, misselijkheid, gebrek aan eetlust, een gele huid en jeuk veroorzaken.
  • Uitzaaiingen in de longen kunnen de luchtwegen blokkeren, waardoor benauwdheid of een longontsteking kan ontstaan.
  • Door uitzaaiingen die vanuit de buikholte in de blaas groeien, kan er bloed in de urine zitten.
  • Uitzaaiingen in de buik kunnen op den duur de doorgang van de darmen blokkeren.
  • Uitgebreide uitgezaaide kanker kan ook vermoeidheid veroorzaken. 

Diagnose uitzaaiingen

De diagnose uitzaaiingen is vaak (opnieuw) een schok. Veel mensen weten dat juist uitzaaiingen kanker tot een levensbedreigende ziekte maken.
 
Uitzaaiingen kenmerken zich door hun onvoorspelbare karakter. Ook na een succesvolle behandeling kunnen later toch uitzaaiingen aan het licht komen. Deze uitzaaiingen hebben er dan al die tijd gezeten, maar waren eerder niet te zien omdat ze nog te klein waren. De naam voor deze uitzaaiingen is micrometastasen.

Zo kunnen uitzaaiingen ontdekt worden: 
  • bij een vervolgonderzoek na de diagnose kanker;
  • door klachten of controle-onderzoek na de behandeling;
  • artsen vinden uitzaaiingen, maar de oorspronkelijke tumor is (nog) niet bekend.

Tweede soort kanker?

Nogal wat mensen die horen dat zij uitzaaiingen hebben, denken dat ze een tweede soort kanker hebben. Bijvoorbeeld: een patiënt met prostaatkanker krijgt het bericht dat er ook kankercellen in zijn botten zijn gevonden. Die mededeling betekent vrijwel nooit dat hij ook botkanker heeft. Het betekent dat hij uitzaaiingen in de botten heeft.  
 
Het verschil tussen botkanker en een uitzaaiing van prostaatkanker in de botten is de soort cellen waaruit de tumor in de botten bestaat. Bij botkanker zijn botcellen ongeremd gaan delen. Een uitzaaiing van prostaatkanker in de botten bestaat uit prostaatkankercellen.

Bij uitzaaiingen is het dus altijd belangrijk om te weten van welk soort kanker ze afkomstig zijn. De behandeling wordt namelijk afgestemd op die soort kankercellen. Bijvoorbeeld: de soort chemotherapie die wordt toegepast bij dikkedarmkanker, kan ook uitzaaiingen van dikkedarmkanker in de lever behandelen.

Behandeling van uitzaaiingen

Of uitzaaiingen behandeld kunnen worden, is afhankelijk van: 
  • de oorspronkelijke soort kanker
  • de uitgebreidheid en de plaats van de uitzaaiingen
  • uw conditie

De specialist zal met u overleggen of een behandeling zinvol en gewenst is. In de meeste situaties is de behandeling van uitzaaiingen gericht op het terugdringen van de ziekte en/of het verminderen van klachten. Voor veel mensen geldt dat zij in die situatie de kwaliteit van hun leven het belangrijkst vinden. Laat u daarom goed informeren over de voor- en nadelen van een behandeling. U kunt bijvoorbeeld vragen naar het te verwachten resultaat, bijwerkingen en mogelijke gevolgen van de behandeling. En wat gebeurt er als u niets doet? Het is ook belangrijk om te weten wat u zelf moet doen voor de behandeling. Bijvoorbeeld of u vaak naar het ziekenhuis moet. Daarna kunt u voor uzelf de beste keuze maken.

De meest toegepaste behandelingen bij uitzaaiingen zijn:
  • chemotherapie
  • hormonale therapie
  • bestraling
  • immunotherapie
  • doelgerichte therapie
  • operatie

Meestal richt een behandeling bij uitzaaiingen zich op het hele lichaam. Want uitzaaiingen kunnen op allerlei plaatsen voorkomen. Vandaar dat behandeling met medicijnen, die zich door het hele lichaam verspreiden, de meest toegepaste is. 
  
Afhankelijk van de soort tumor zijn ook combinaties van de verschillende behandelmethoden mogelijk. Bijvoorbeeld een operatie en bestralen van uitzaaiingen in de hersenen.

Overlevingskans

De kans op overleving is afhankelijk van de de soort kanker die u heeft en van uw persoonlijke ziektegeschiedenis. Patiënten met uitzaaiingen hebben meestal een kortere levensverwachting dan patiënten bij wie (nog) geen uitzaaiingen zijn gevonden. In veel gevallen is de boodschap bij uitgezaaide kanker dat genezing niet meer mogelijk is. Zeker bij uitzaaiingen op afstand. Maar er zijn uitzonderingen. Uitzaaiingen van darmkanker in de lever of longen  kunnen bijvoorbeeld soms operatief verwijderd worden. Daardoor is er nog kans op genezing.

Ook als de uitzaaiingen alleen in de regionale lymfeklieren zitten, is genezing vaak nog mogelijk. De kans daarop is  wel kleiner dan wanneer daar geen uitzaaiingen waren gevonden. Vraag een arts of hij u hierover informatie kan geven.


Met uw specialist kunt u het verwachte verloop van uw ziekte, de mogelijke behandelingen en uw vooruitzichten bespreken.  Het is voor uw arts vaak moeilijk om uitspraken te doen over de te verwachten levensduur. Dit kan van persoon tot persoon verschillen. U kunt wel vragen of u in weken, maanden of jaren moet denken. 
  
Uw specialist zal uw huisarts op de hoogte stellen. Vragen over de behandeling, de begeleiding en de gevolgen van uw ziekte, kunt u daarom ook aan uw huisarts stellen.