Stadiumindeling bij galwegkanker

Tmc over deze informatie
De arts stelt u een behandeling voor. Hiervoor moet hij weten:
  • uit welke soort cellen de tumor is ontstaan
  • hoe agressief deze cellen zijn
  • wat het stadium van de ziekte is

Het stadium geeft aan hoever de ziekte zich in het lichaam heeft uitgebreid. De arts stelt het stadium vast. Hij onderzoekt hiervoor:
  • de plaats en grootte van de tumor
  • of en hoever de tumor is doorgegroeid in het weefsel eromheen
  • of er uitzaaiingen zijn in de lymfeklieren en/of organen ergens anders in het lichaam

Met deze stadiumindeling schat de arts de vooruitzichten in en adviseert hij een behandeling.

TNM-indeling

Het TNM-stadium geeft aan hoever de ziekte zich in het lichaam heeft uitgebreid. De arts doet onderzoek om de TNM-indeling te bepalen:
  • T van tumor: de grootte van de tumor en/of hoever de tumor is doorgegroeid in het weefsel eromheen
  • N van node dat Engels is voor lymfeklier: of er uitzaaiingen zijn in de lymfklieren
  • M van metastase of uitzaaiingen: of er uitzaaiingen zijn in organen ergens anders in het lichaam

De letters worden met cijfers onderverdeeld. Elke kankersoort heeft een eigen TNM-indeling.

Stadia bij perihilaire galwegkanker (Klatskintumor)

Bij perihilaire galwegkanker worden verschillende combinaties van de TNM-indeling samengevat in 4 stadia:
  • Stadium I: de tumor groeit in de wand van de galweg.
  • Stadium II: de tumor groeit door de wand van de galweg in het omliggende vetweefsel of in de lever.
  • Stadium IIa de tumor groeit in het omliggende spierweefsel aan de peritoneale zijde zonder betrokkenheid van de serosa
  • Stadium IIb de tumor groeit in het omliggende spierweefsel aan de leverzijde zonder uitbreiding in de lever zelf
  • Stadium IIIA: de tumor groeit door de wand van de galweg in de poortader of de leverslagader.
  • Stadium IIIB: er is sprake van stadium I, II of IIIA en er zijn uitzaaiingen in de lymfeklieren.
  • Stadium IVA: de tumorgroei is lokaal nog uitgebreider dan in stadium IIIA.

Bij deze vorm van kanker wordt een aanvullende stadium-indeling gebruikt. Deze geeft aan waar de tumor zich precies in de galwegen bevindt. De stadia zijn vernoemd naar de chirurg die ze voor het eerst beschreven heeft, prof. dr. Bismuth:
  • Bismuth I: de tumor zit net onder de splitsing van de grote galweg.
  • Bismuth II: de tumor zit precies in de splitsing van de grote galweg, maar groeit niet in de linker of rechter galweg.
  • Bismuth III a: de tumor zit in de splitsing van de grote galweg en groeit in de rechter galweg in de lever.
  • Bismuth III b: de tumor zit in de splitsing van de grote galweg en groeit in de linker galweg in de lever.
  • Bismuth IV: de tumor zit in de splitsing van de grote galweg en groeit in de linker- en rechter galweg.

4 Bismuth-stadia Klatskin-tumor

4 Bismuth-stadia Klatskin-tumor
Het Bismuth-stadium geeft aan waar de tumor zich precies in de galwegen bevindt.
Gezonde (stam)cellen kunnen zich ontwikkelen tot verschillende soorten cellen. Dit heet differentiëren of uitrijpen. Door differentiatie krijgt een cel de kenmerken en functies die de cel nodig heeft. Zo rijpen cellen bijvoorbeeld uit tot rode bloedcellen, spiercellen of zenuwcellen. 

Kankercellen lijken in meer of mindere mate op gezonde cellen. De differentiatiegraad van een tumor geeft aan hoe sterk de kankercellen afwijken van de gezonde cellen. Deze differentiatiegraad zegt iets over de snelheid van delen, en daarmee iets over het gedrag van de tumor en de vooruitzichten. Een ander woord voor differentiatiegraad is tumorgradering. 
Een patholoog stelt de differentiatiegraad van de tumor vast. Hij doet dit door de kankercellen onder de microscoop te onderzoeken.

Gradering

Kwaadaardige tumoren worden meestal in 3 graderingen ingedeeld:
  • graad I: de kankercellen zijn goed gedifferentieerd. Dat betekent dat de tumorcellen voor een groot deel lijken op gezonde cellen van het orgaan waarin ze zijn ontstaan. De kankercellen groeien meestal langzaam. Graad I heet ook wel laaggradig.
  • graad II: de kankercellen zijn matig gedifferentieerd,  Ze lijken steeds minder goed op gezonde cellen. De kankercellen groeien meestal sneller dan normale cellen en plakken snel aan elkaar. Graad II heet ook wel intermediair.
  • graad III: de kankercellen zijn slecht gedifferentieerd. Ze lijken vrijwel niet meer op gezond weefsel. Deze kankercellen groeien bijna altijd veel sneller dan normale cellen. Graad III heet ook wel hooggradig.

Er bestaat ook een graad IV: dit zijn ongedifferentieerde cellen. Deze lijken helemaal niet meer op de gezonde cellen.

Bij sommige kankersoorten wordt een andere indeling gebruikt om de differentiatiegraad van de tumor aan te geven. Artsen gebruiken de gradering voor de keuze van behandeling.