Langetermijngevolgen van chemotherapie

Tmc over deze informatie
Chemotherapie kan schadelijke effecten hebben op de lange termijn.

Langetermijngevolgen die veel voorkomen zijn:
  • botontkalking
  • concentratieverlies en geheugenproblemen
  • gehoorschade
  • hartschade
  • menstruatiestoornissen
  • neuropathie: beschadigingen aan zenuwuiteinden
  • nierschade
  • onvruchtbaarheid of verminderde vruchtbaarheid
  • seksuele stoornissen
  • vermoeidheid
  • vervroegde overgang

Na behandeling met chemotherapie is er een licht verhoogde kans op leukemie en myelodysplastisch syndroom (een soort bloedkanker waarbij de productie van bloedcellen ernstig is verstoord). Deze kans is ongeveer 0.5%.

Uw arts of verpleegkundige vertelt u welke langetermijngevolgen de cytostatica hebben waarmee u behandeld wordt. Zij kunnen u adviseren hoe u hiermee om kunt gaan.

Botontkalking

Bent u door de behandeling van kanker eerder in de overgang gekomen, dan heeft u een grotere kans op botontkalking. Een ander woord voor botontkalking is osteoporose.

Soms is het nodig een botdichtheidsmeting te laten doen. Hiermee wordt gemeten wat de mate van botontkalking is. Zo kan de arts kijken of u medicijnen nodig heeft.

Adviezen

  • probeer voldoende te bewegen: 5 keer per week ½ uur wandelen of fietsen
  • zorg voor gezonde voeding,eventueel in overleg met een diëtist
  • drink voldoende: 1½ tot 2 liter per dag. Dit zijn 16 kopjes of 14 bekers
  • overleg met uw arts of verpleegkundige of u extra calcium en vitamine D kunt gebruiken

Concentratieverlies en geheugenproblemen

Door de behandeling met chemotherapie hebben veel mensen last van geheugen- en concentratieproblemen. Dit wordt soms een ‘chemobrein’ genoemd.

Klachten zijn bijvoorbeeld:
  • moeite hebben met werken onder tijdsdruk
  • trager werk- en denktempo hebben
  • minder goed kunnen plannen en organiseren
  • moeite hebben om verschillende dingen tegelijkertijd te doen
  • moeite hebben met het onthouden van nieuwe informatie

De medische term voor dit soort problemen is cognitieve problemen. Cognitie betekent ‘kennis’ of ‘weten’.

Lees meer over omgaan met cognitieve problemen.

Gehoorschade

Sommige cytostatica kunnen gehoorschade veroorzaken. Een ander woord voor gehoorschade door chemotherapie is ototoxiciteit.

Gehoorschade ontstaat vooral door de medicijnen carboplatine en cisplatine. Door deze cytostatica kunt u hoge tonen minder goed horen, vooral van elektronische muziek.

Het gebruik van vincristine kan ook tijdelijke ototoxiciteit veroorzaken. Na afloop van de chemokuur herstelt het gehoor meestal weer vanzelf.

Hartschade

Bepaalde cytostatica verhogen het risico op hartschade. Vooral de groep van de anthracyclines:
  • daunorubicine
  • doxorubicine
  • idarubicine
  • mitoxantron

Deze middelen kunnen beschadiging van de hartspier en/of ritmestoornissen veroorzaken.

Het risico op hartschade door gebruik van deze cytostatica neemt toe bij:
  • een hoge bloeddruk
  • leeftijd jonger dan 50 jaar
  • rokers
  • een 2e serie chemokuren, eventueel in combinatie met een stamceltransplantatie

Als het mediastinum (de ruimte vlakbij het hart) bestraald is, neemt de kans op hartschade ook toe.

Het is belangrijk de symptomen van hartschade te herkennen. Zo kunt u op tijd hiervoor behandeld worden. Hartschade uit zich door:
  • kortademigheid bij inspanning
  • vocht vasthouden: dikke voeten en enkels aan het einde van de dag
  • 's nachts meer moeten plassen dan vroeger
  • soms nachtelijke benauwdheid, vooral bij plat liggen

Menstruatiestoornissen

Door behandeling van chemotherapie kan het patroon van uw menstruatie veranderen.

De menstruatie kan:
  • onregelmatig komen
  • langer duren dan normaal
  • korter duren dan normaal

De bloedingen kunnen minder, maar ook heviger worden.

Advies

Overleg met uw arts of u medicijnen kunt krijgen om de bloedingen te verminderen.
Ook de anticonceptiepil kan bloedingen tegengaan. Bij hormoongevoelige tumoren zoals borstkanker mag u echter geen anticonceptiepil gebruiken.

Neuropathie

Chemotherapie kan zorgen voor (tijdelijke) beschadigingen aan de zenuwuiteinden. Dit heet neuropathie.

U kunt last hebben van:
  • tintelend of verdoofd gevoel in vingertoppen en tenen
  • lichte gevoelloosheid van voetzolen, lippen, kin en neus
  • verstoring van uw gevoel van kou en warmte
  • krachtverlies in benen en/of armen
  • spier- en gewrichtspijn
  • erectiestoornissen

Deze klachten zijn meestal meteen na de behandeling het ergst. Het kan zijn dat de klachten pas enkele dagen na de behandeling beginnen. Ze verdwijnen meestal binnen enkele maanden. Soms houden ze langer aan of zijn ze blijvend.

Adviezen

  • meld uw klachten aan uw arts; indien nodig past hij de behandeling aan
  • vermijd contact met kou, zoals kou uit de koelkast of buiten
  • probeer voldoende te bewegen: 5 keer per week ½ uur wandelen of fietsen

Nierschade

Bepaalde soorten chemotherapiekunnenschade aan de nieren veroorzaken. Dit komt vooral voor bij:
  • cisplatine
  • cyclofosfamide
  • ifosfamide
  • methotrexaat in hoge dosis
  • streptozocine

Als u vóór de chemotherapie nierproblemen had, bespreek dit dan met uw arts. Het risico op nierschade zal door de behandeling namelijk toenemen. Uw arts kan dan misschien voorstellen de dosis van de chemotherapie te verlagen.

Nierschade kan optreden zonder dat u klachten krijgt. Uw arts kan nierschade vaststellen met een bloedonderzoek. Eventueel kunt u een verwijzing naar de nefroloog krijgen, dat is een arts die zich gespecialiseerd heeft in nierziekten.

Klachten die kunnen wijzen op een verminderde nierfunctie:
  • hoofdpijn
  • afname van de hoeveelheid urine
  • verandering van kleur van de urine
  • verhoogde bloeddruk
  • algemene malaise
  • bleek zien door

Advies

  • drink voldoende: 1½ tot 2 liter per dag. Dit zijn 16 kopjes of 14 bekers

Onvruchtbaarheid of verminderde vruchtbaarheid

Chemotherapie kan leiden tot verminderde vruchtbaarheid of zelfs onvruchtbaarheid. Het risico hierop is afhankelijk van uw leeftijd en de soort chemotherapie.

Meer informatie hierover leest u bij kinderwens bij chemotherapie mannen en kinderwens bij chemotherapie vrouwen.

Seksuele stoornissen

De behandeling met chemotherapie kan invloed hebben op uw seksuele leven. Meer hierover leest u bij chemotherapie en seksualiteit.

Vermoeidheid

Bij een deel van de patiënten veroorzaakt chemotherapie op lange termijn vermoeidheid. Waardoor dit komt, is onbekend. Het is inmiddels wel duidelijk dat deze moeheid niet 'tussen de oren zit', maar voor veel mensen met kanker een echt probleem is.

De vermoeidheid lijkt moeilijk te sturen. Het komt onverwacht opzetten. Mensen ervaren deze vermoeidheid anders dan bijvoorbeeld moeheid na een zware inspanning. De meesten van hen geven aan dat ze door deze vermoeidheid hun werkzaamheden moeten aanpassen.

De vermoeidheid is moeilijk te behandelen. Veel rusten blijkt niet te helpen, maar verbetering van de conditie wel. Hoe beter de lichamelijke conditie met activiteiten in de buitenlucht, des te beter iemand bestand is tegen de vermoeidheid.

U kunt uw conditie verbeteren door zelf te bewegen en/of door deel te nemen aan een revalidatieprogramma. Zo’n programma is speciaal bedoeld voor mensen met kanker. Veel zorgverzekeraars vergoeden de revalidatie via de aanvullende verzekering.

Vervroegde overgang

Door de chemotherapie kunt u vervroegd in de overgang komen. U kunt dan klachten krijgen die horen bij de overgang. Bijvoorbeeld:
  • botontkalking
  • drogere vagina
  • moeite met klaarkomen
  • nachtelijk zweten
  • opvliegers

Verstoort de chemotherapie de functie van de eierstokken,waardoor u vervroegd in de overgang bent gekomen? Dan kunt u misschien baat hebben bij hormoonvervangende medicijnen. Deze middelen bevatten hormonen en helpen tegen de gevolgen van een verstoorde hormoonproductie. Bijvoorbeeld tegen botontkalking.

Of de functie van de eierstokken afneemt, hangt af van:
  • leeftijd
  • soort kanker
  • soort en dosis chemotherapie

Heeft u een hormoongevoelige tumor? Dan kunt u deze medicijnen niet altijd krijgen. De toegediende hormonen kunnen namelijk eventueel achtergebleven kankercellen tot groei aanzetten.

Bespreek met uw arts wat u het beste kunt doen tegen deze overgangsverschijnselen.

Bovenstaande adviezen zijn algemene adviezen. In uw situatie kunnen andere adviezen gelden. Bespreek dit met uw arts of verpleegkundige. Neem bij twijfel ook altijd contact op met uw zorgverlener.