Stadiumindeling bij borstkanker

Tmc over deze informatie
De arts stelt u een behandeling voor. Hiervoor moet hij weten:
  • uit welke soort cellen de tumor is ontstaan
  • hoe kwaadaardig deze cellen zijn
  • wat het stadium van de ziekte is

Het stadium geeft aan hoever de ziekte zich in het lichaam heeft uitgebreid. De arts stelt het stadium vast. Hij onderzoekt hiervoor:
  • de plaats en grootte van de tumor
  • of en hoever de tumor is doorgegroeid in het weefsel en bloedvaten eromheen
  • of er uitzaaiingen zijn in de lymfeklieren, organen en/of bot ergens anders in het lichaam

Met deze stadium-indeling schat de arts de vooruitzichten in en bepaalt hij de behandeling. Voor verder onderzoek of operatie wordt gesproken in stadium I t/m IV. Het exact stadium wordt pas duidelijk na het aanvullend onderzoek of na de operatie.
  • stadium I: een tumor kleiner dan 2 centimeter zonder uitzaaiingen naar de lymfeklieren in de oksel
  • stadium II: een tumor tussen de 2 en 5 centimeter groot, met eventueel uitzaaiingen naar de lymfeklieren in de oksel, maar verder geen uitzaaiingen
  • stadium III: de tumor is groter dan 5 centimeter, met eventueel uitzaaiingen naar de lymfeklieren in de oksel. De tumor valt ook onder dit stadium als hij kleiner is, maar door de huid naar buiten komt. Of als hij vastzit aan de borstwand. In beide gevallen is de kans groot dat er ook uitzaaiingen elders in het lichaam zijn
  • stadium IV: een tumor met aangetoonde uitzaaiingen naar andere plekken in het lichaam.

Exacte stadium bepalen

Het exacte stadium van borstkanker wordt pas duidelijk na een operatie of verder onderzoek. De patholoog onderzoekt het borstweefsel en de lymfeklieren. Hij zet alle gegevens over de tumor in codevorm in het pathologisch rapport. Die codes noemen we het TNM-schema.
  • T van tumor: de grootte van de tumor en/of hoever de tumor is doorgegroeid in het weefsel eromheen.
  • N van node: of er uitzaaiingen zijn in de lymfeklieren en in hoeveel. Node is Engels voor lymfeklier.
  • M van metastase of uitzaaiingen: of er uitzaaiingen zijn in organen ergens anders in het lichaam.

Elke kankersoort heeft een TNM-indeling. Aan de letters worden cijfers toegevoegd. Bijvoorbeeld T1, waarbij de tumor een bepaalde grootte heeft maar niet is doorgegroeid in ander weefsel. N0 betekent bijvoorbeeld dat er geen uitzaaiingen in de lymfeklieren zijn gevonden. Met de TNM-indeling bepaalt de arts in welk stadium de ziekte is. Hiermee schat de arts de vooruitzichten in en bepaalt hij de behandeling. Hieronder ziet u de verschillende codes voor borstkanker:
  • TX - er is wel een lymfeklier of uitzaaiing op afstand gevonden, maar er wordt geen primaire tumor gevoeld en deze is (nog) niet zichtbaar.
  • TIS - de tumor is niet-invasief : carcinoma in situ (DCIS of LCIS).
  • T1 - de tumor is kleiner dan 2 cm.
  • T1mic: de tumor is 0,1 cm of kleiner.
  • T1a: de tumor is tussen de 0,1 en 0,5 cm.
  • T1b: de tumor is groter dan 0,5 en kleiner dan 1 cm.
  • T1c: de tumor is groter dan 1 en kleiner dan 2 cm.
  • T2 - de tumor heeft een grootte tussen de 2 en 5 cm.
  • T3 - de tumor is groter dan 5 cm.
  • T4 - de tumor, van welke grootte dan ook, is in de borstwand, spieren en/of ribben of in de huid gegroeid.
    - T4a: de tumor heeft zich uitgebreid in de borstwand.
    - T4b: de tumor heeft zich uitgebreid in de huid van de borst.
    - T4c: de tumor heeft zich uitgebreid in de borstwand en in de huid van de borst.
    - T4d: inflammatoir carcinoom
  • N - lymfeklieren (knoop).
  • NX - niet te beoordelen of er uitzaaiingen zijn in de lymfeklieren.
  • N0 - er is geen lymfeklier aangetast.
  • N0 (i+): Losse tumorcelletjes of kleine groepjes tumorcellen, met een maximale diameter van <0.2 mm.
  • N1 (mi): kleine uitzaaiingen tussen de 0,2 en 2 mm.
  • N1: uitzaaiingen >2mm in 1 tot 3 klieren.
  • N2: uitzaaiingen in 4 tot 9 klieren.
  • N3: uitzaaiingen in meer dan 9 klieren.
  • M - uitzaaiing op afstand van de tumor. De uitzaaiing kan ook in andere organen of in het bot zitten.
  • MX - het is (nog) niet vast te stellen of er uitzaaiingen aanwezig zijn.
  • M0 - er zijn geen uitzaaiingen aangetroffen.
  • M1 - er zijn uitzaaiingen (op afstand).

Gradering

Kwaadaardige tumoren worden meestal in 3 graderingen ingedeeld: 
  • graad I: de kankercellen zijn goed gedifferentieerd. Dat betekent dat de tumorcellen voor een groot deel lijken op gezonde cellen. De kankercellen groeien meestal langzaam. Graad I heet ook wel laaggradig.
  • graad II: de kankercellen zijn matig gedifferentieerd,  Ze lijken steeds minder goed op gezonde cellen. De kankercellen groeien meestal sneller dan normale cellen en plakken snel aan elkaar. Graad II heet ook wel intermediair.
  • graad III: de kankercellen zijn slecht gedifferentieerd. Ze lijken vrijwel niet meer op gezond weefsel. Deze kankercellen groeien bijna altijd veel sneller dan normale cellen. Graad III heet ook wel hooggradig.

Er bestaat ook een graad IV: dit zijn ongedifferentieerde cellen. Deze lijken helemaal niet meer op de gezonde cellen. Behandelend artsen gebruiken de histologische gradering voor de keuze van behandeling.

Gradering van DCIS

Als de tumor vroeg ontdekt wordt, blijft deze beperkt tot de plek waar hij is ontstaan. De cellen hebben dan al wel de vorm van kankercellen, maar zijn nog niet in het omliggende weefsel binnengedrongen. Artsen spreken dan van borstkanker in situ: het carcinoom is beperkt tot één plek.

Er zijn 3 vormen van ductaal carcinoma in situ  (DCIS):
  • goed gedifferentieerd DCIS, graad I: de cellen zijn afwijkend, maar lijken nog goed op de oorspronkelijke cellen.
  • matig gedifferentieerd DCIS, graad II: een vorm die tussen goed- en slecht gedifferentieerd in zit.
  • weinig of slecht gedifferentieerd DCIS, graad III: de cellen zijn afwijkend en lijken nauwelijks meer op de oorspronkelijke cellen.

Groeisnelheid van de tumorcellen

Een methode waarmee pathologen de groeisnelheid van kankercellen uitdrukken is de Mitotische Activiteits Index. Een celdeling heet ook wel een mitose. De uitslag geeft het maximale aantal cellen in mitose in 2 mm2 oppervlakte van de tumor. Deze uitslag staat ook in het pathologisch rapport dat u kunt inzien.
Een getal onder de 10 beschrijft redelijk rustig weefsel, boven de 10 is het weefsel meer actief. Meestal is het getal rond de 17 of net daarboven. Een enkele keer heeft een patiënt een erg hoog getal, bijvoorbeeld 43 of 56, wat betekent dat de tumorcellen snel groeien.

Als u meer wilt weten over de stadium- en TNM-indeling in uw situatie, bespreek dit dan met uw arts.

Pathologisch rapport

In dit rapport staat informatie over het type borstkanker, over de grootte van de tumor, het aantal aangetaste lymfeklieren en de aan- of afwezigheid van uitzaaiingen. Vraag daarom altijd om inzage of een kopie van het pathologisch rapport.