Ouder met kanker

De vijf meest gestelde vragen van ouders na de diagnose

Opslaan

Heeft u een vraag die er niet bij staat, dan kunt u deze online stellen aan een psycholoog van het Ingeborg Douwes Centrum, Zie de link onderaan deze pagina.

Hoe kan ik voorkomen dat mijn kind er last van krijgt dat ik ziek ben? 

Het is verstandig om kinderen te vertellen wat er aan de hand is en ze bij de situatie te betrekken. Daarnaast is het belangrijk om ze regelmaat en structuur te bieden, zodat hun leven zo goed mogelijk door kan gaan. Zo vermindert u de kans dat ze klachten of problemen krijgen.

Steun van een volwassene is voor een kind heel belangrijk in deze periode. Dat kunt u zelf zijn, maar ook uw partner, een oma of opa, een tante of oom, een vriend(in) van u of een leerkracht. 

Lees waarom eerlijk vertellen belangrijk is en hoe u uw kinderen zo goed mogelijk kunt begeleiden.

Lees ook de informatie voor specifieke leeftijdsgroepen: baby’s (0-2 jaar)peuters en kleuters (2-5 jaar) , schoolgaande kinderen (6-12 jaar) en tieners (12-18 jaar)

Moet ik mijn kind meenemen naar het ziekenhuis?

Voor kinderen en jongeren kan het lastig zijn om voor te stellen wat u in het ziekenhuis doet. Zij kunnen daarvan een beeld hebben dat erger is dan de werkelijkheid. Daarom kan het helpen als u uw kind meeneemt. Het kan zich dan een beter beeld vormen van waar hun vader of moeder naar toe gaat. 

Wil uw kind niet mee naar het ziekenhuis, maak er dan geen strijd van. Uw kind kan ook op een andere manier contact houden. Bijvoorbeeld door te bellen, te mailen, te skypen of een selfie te maken. Of door tekeningen te maken en briefjes te sturen.

Lees ook de informatie voor specifieke leeftijdsgroepen: baby’s (0-2 jaar)peuters en kleuters (2-5 jaar) , schoolgaande kinderen (6-12 jaar) en tieners (12-18 jaar)

Hoe heeft ziekte invloed op de opvoeding?

Voor een kind is het vaak fijn als de bekende (dag)structuur zo veel mogelijk hetzelfde blijft. Maar als u ziek bent en behandeld moet worden, zijn veranderingen in de structuur niet altijd te voorkomen. 

U kunt proberen voorspelbaarheid te creëren voor uw kind door hem of haar voor te bereiden op veranderingen, Dit kunt u doen door uitleg te geven of te laten zien wat er anders zal zijn. 

Sommige ouders zijn geneigd om de opvoeding los te laten als ze ziek worden. Voor een kind is er te veel verandering en onduidelijkheid. Voor het welzijn van het kind is het daarom beter als de opvoeding (zoals regels en afspraken) gewoon doorgaat. 

Lees ook de informatie voor specifieke leeftijdsgroepen: baby’s (0-2 jaar)peuters en kleuters (2-5 jaar) , schoolgaande kinderen (6-12 jaar) en tieners (12-18 jaar)

Hoe betrek ik de school van mijn kind?

School kan voor kinderen een belangrijke steun zijn. Ook is het vaak een plek waar alles nog hetzelfde of ‘normaal’ is. 

U kunt de school van uw kind(eren) op de volgende manieren betrekken:

  • Vertel aan de leerkracht of mentor van uw kind dat u ziek bent en een behandeling zult ondergaan. Deel uw kind mee dat u de school op de hoogte brengt en waarom. Laat uw kind zelf kiezen wanneer deze het aan zijn of haar vriend(innen) wil vertellen. 
  • Vraag aan de leerkracht of mentor of deze uw kind(eren) in de gaten wil houden. Mogelijk kan deze ook wat extra aandacht geven. 
  • Vraag eventueel aan een ouder van een vriend(in) van uw kind om u te helpen herinneren wanneer er schooluitjes of andere activiteiten zijn. 
  • Houd de leerkracht en/of mentor op de hoogte van eventuele veranderingen in het ziekteproces of de thuissituatie.

Tip: wijs de leerkracht of mentor van uw kind op de website kankerspoken.

Wat moet ik zeggen als mijn kind vraagt of ik dood ga?

Stelt uw kind aan u de vraag of u dood gaat, dan kunt ervan uitgaan dat uw kind weet dat mensen dood kunnen gaan door kanker. Dat betekent dat u er open over kunt praten. Hoe moeilijk dit ook kan zijn. 

U kunt zeggen dat uw behandeling gericht is op beter worden (als dat inderdaad zo is) en dat veel mensen genezen van kanker. Daar kunt u aan toevoegen dat de dokter er alles aan zal doen om u beter te maken. Leg daarbij uit dat er bijwerkingen zijn, waar u zieker van kunt worden. 

Probeer er achter te komen waar uw kind zich zorgen over maakt en welke gevoelens hij of zij heeft. Misschien vraagt uw kind zich af wie voor hem of haar zal zorgen als u er niet meer bent. Dat soort zorgen zijn normaal.

Zijn uw vooruitzichten onzeker, vertel dat dan eerlijk aan uw kind. Zeg ook: “Zodra ik weet dat ik doodga, zal ik dat aan jou vertellen”. Hiermee geeft u het kind vertrouwen dat hij of zij betrokken zal worden. En dat u geen geheimen heeft. Vaak denken ouders dat ze de hoop voor hun kind wegnemen, als ze eerlijk vertellen dat ze misschien doodgaan. Maar eerlijk zijn en hoop bieden kunnen heel goed samengaan. 

Over deze pagina

De informatie in de bibliotheek is getoetst door medisch specialisten en andere deskundigen.

Laatste update: september 2018

Dit artikel is geschreven door kanker.nl, Ingeborg Douwes Centrum.